Het gaat daarbij specifiek om boetes aan de dochterondernemingen DSV Air & Sea Inc en DSV Ocean Transport A/S die zich in de VS schuldig hadden gemaakt aan het overtreden van de US Shipping Act. Onder meer bleken er bij onderzoek van de FMC verschillen te bestaan tussen de officieel gepubliceerde tarieven en de geoffreerde dienstverlening in de lijnvaart.

Behalve de filialen van de Deense expediteur zijn nog vijf andere NVOCC’s veroordeeld tot een gezamenlijk geldstraf van 465.000 dollar voor het overtreden van de Amerikaanse verladersregels. Het gaat daarbij om de ondernemingen Golden Padlok, Young-Ko Trans, NZS Worldwide en Translink Shipping.

Volgens de FMC en de veroordeelde ondernemingen gaat het bij het boetebedrag om een schikking en is er geen sprake van erkenning van schuld.