Het Exmar-duo wordt gebouwd door Hanjin Heavy Industries & Construction in Subic Bay (Filippijnen), die de schepen in de tweede helft van 2020 moet opleveren. Ze zullen op basis van een langlopend contract worden verhuurd aan het Noorse Statoil. De voortstuwingsinstallatie wordt ontwikkeld en geleverd door motorproducent MAN Diesel & Turbo.

Exmar legt erg veel nadruk op het innovatieve karakter van de LPG-motoren, maar in feite gaat het om een techniek die in de LNG-vaart al decennia lang wordt toegepast. Daarbij wordt de zogenoemde ‘boil off’ van de LPG-lading gebruikt als scheepsbrandstof. Dat zijn twee klappen ineen: door verdamping blijft het LPG op temperatuur en het schip vaart op relatief schone en goedkope brandstof.

Ferryrederij Stena Line zet in op batterijvoeding als (hulp)middel voor scheepsaandrijving. In een eerste stap wordt de ‘Stena Jutlandica’, die vaart tussen Göteborg en Frederikshavn, voorzien van een batterijpakket met een capaciteit van 1 Megawattuur (MWh). Dat vermogen zal in de eerste fase worden gebruikt voor de aandrijving van de boegschroeven.

In de tweede fase moet de batterijcapaciteit worden opgevoerd tot twintig MWh, waarmee het schip bij een havenaanloop volledig elektrisch moet kunnen opereren en nog tien mijl op zee moet kunnen afleggen. In de derde fase moet dat omhoog naar vijftig MWh en vijftig mijl, net genoeg voor het traject Göteborg-Frederikshavn. Als het project succesvol is, kan varen op batterijen ook worden toegepast op andere schepen van de 38 ferry’s uit de vloot van Stena Line.