Dat blijkt uit nieuwe cijfers die verzameld zijn door NGO Shipbreaking Platform, een organisatie die een einde wil maken aan de gevaarlijke en milieuvervuilende slooppraktijken op de stranden.

Op het Gadani strand in Pakistan, waar tijdens een explosie in 2016 21 werknemers om het leven kwamen, vonden in 2017 op zijn minst tien dodelijke ongevallen plaats. In Bangladesh vonden vijftien werknemers de dood en in het Indiase Alang ‘op zijn minst acht’. NGO Shipbreaking Platform benadrukt dat dit cijfer in werkelijkheid hoger kan liggen, maar dat internationale en lokale ngo’s stelselmatig toegang tot het gebied geweigerd wordt.

Van de 835 schepen die in 2017 zijn gesloopt kwamen er 543 op sloopstranden terecht, in tonnage kwam dat neer op 80,3%. De lijst van dumpers wordt opnieuw aangevoerd door Griekse en Duitse rederijen, gevolgd door Zuid-Koreaanse, Chinese en Indiase bedrijven.

‘Het is bijzonder schaamtevol dat zo veel Europese rederijen hun schepen slopen op stranden’, zegt oprichter Ingvild Jenssen van Shipbreaking Platform. ‘Hun desinteresse om ervoor te zorgen dat sloopmedewerkers wereldwijd toegang hebben tot goede technologie en het milieu overal gelijkmatig wordt beschermd, vraagt duidelijk om extra druk vanuit autoriteiten, klanten en crediteurs.’

De maatschappelijke druk op rederijen neemt de laatste tijd wel toe. Recent staakte het Noorse Oliefonds zijn investeringen in vier rederijen waaronder de zesde containerrederij ter wereld, Evergreen Line, vanwege het beachen van schepen.

Seatrade bracht ook in 2017 twee schepen naar Indiaas sloopstrand.

En in Nederland is voor het eerst in Europa een rechtszaak geopend tegen een rederij vanwege het beachen van schepen. Het Openbaar Ministerie acht bewezen dat het Groningse Seatrade vier schepen via een cash-buyer (bedrijven die oude schepen opkopen met als doel deze te slopen op een sloopstrand, red.) naar sloopstranden heef gebracht. Het gaat om de schepen ‘Spring Bear’, ‘Spring Bob’, ‘Spring Panda’ en ‘Spring Deli’. Het OM heeft boetes variërend tot 750.000 euro en 100.000 euro geëist tegen zes ondernemingen die tot de Seatrade groep behoren. De leidinggevenden van drie ondernemingen hangen bovendien gevangenisstraffen van zes maanden, waarvan twee voorwaardelijk, boven het hoofd.

‘De handelswijze van verdachten laat zien dat het de verdachten er alles aan is gelegen om een maximale opbrengst bij verkoop te generen en ook om buiten beeld te blijven ten einde niet op de name en shame lijsten te komen’, zeiden de officieren van Justitie tijdens de zitting. ‘Bewust kozen verdachten voor slopen in slechte omstandigheden omdat daarmee de meeste winst wordt gegenereerd.’

Volgens gegevens van NGO Shipbreaking Platform bracht Seatrade ook in 2017 nog twee schepen naar de stranden van Alang, het gaat om de schepen ‘ Sina’ en ‘Ellan’. Volgens de lijst kwam er ook een FPSO van SBM Offshore in Alang terecht.