Door het weghalen van deze drempels voor de Nederlandse kust wordt de toegang tot het havengebied Vlissingen-Oost voor schepen met een diepgang tot 16,5 meter verzekerd. Daarnaast wordt de mogelijkheid voor opvaart van schepen met een diepgang van 17 meter sterk verbeterd. North Sea Port behoort dan tot de diepst bevaarbare havens van Europa. Over de verbetering van de toegankelijkheid en de bereikbaarheid werd meer dan tien jaar gesproken.

Diepliggende schepen met bestemming Vlissingen-Oost hadden al jaren geregeld te maken met vertragingen. Als het getij niet hoog genoeg is, liggen er letterlijk drempels in de weg ter hoogte van de Wielingen voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Capesizers met lading voor bedrijven lukt het dan niet de drempels in de vaargeul te passeren. Ze moeten op zee wachten of uitwijken naar andere havens. Ook kwam het voor dat schepen niet volledig volgeladen naar het havengebied Vlissingen vaarden, wat de duurzaamheid niet ten goede komt.

De huidige vaargeul op zee van en naar het havengebied Vlissingen heeft een breedte van 500 meter. De werkzaamheden bestaan uit het aanleggen van een zogenaamde ‘maatwerkgeul’. In plaats van de ondieptes in de vaargeul over de volledige breedte te verwijderen, wordt de vaargeul over een breedte van 180 meter ‘op maat’ aangepakt. De baggerspecie wordt enkele kilometers verderop verspreid in een dieper gelegen deel. Door deze innovatieve aanpak hoeft er slechts 600.000 m³ specie te worden verplaatst. Dat is te vergelijken met de oppervlakte van twee voetbalvelden vol specie tot 60 meter hoog. De werkzaamheden kosten 2,5 miljoen euro. Het Nederlandse Rijk draagt de helft bij.