Beleggingen in de containervaart leveren weinig op. Dat concludeert consultancybureau McKinsey op basis van cijfers over de afgelopen twintig jaar.


Het bureau stelt dat in de voorbije twee decennia zo’n honderd miljard dollar (81 miljard euro, tegen huidige wisselkoersen) aandeelhouderswaarde in rook is opgegaan. Vooral tussen 2011 en 2016 deden de grote rederijen het niet goed.

Belangrijke oorzaak is volgens McKinsey de chronische overcapaciteit in de sector. Toen een aantal jaar geleden de tarieven daalden door de financiële crisis besloten de grote containervervoerders om megaschepen te bestellen van meer dan 20.000 teu. Op die manier kon toch winst worden gemaakt, ondanks de lage tarieven.

Dit zorgde voor zeer zware concurrentie in de markt. Belangrijkste slachtoffer werd Hanjin, dat failliet ging. Ook vonden diverse fusies en overnames plaats. Inmiddels zijn veel van die megaschepen in de vaart genomen en zijn er nog meer op komst. ‘Als de concurrentie dergelijke schepen bestelt, kun je niet anders dan erin meegaan’, tonen de onderzoekers enig begrip voor de situatie.

Echter, dat de containervaart de komende jaren meer oplevert, is niet de verwachting. Het bureau stelt dat de overcapaciteit momenteel zo’n 20% is. Dit wordt slechts voor een klein deel gecompenseerd door de stijgende internationale handelsstromen. De tarieven blijven waarschijnlijk laag in de volgende jaren, wat zijn weerslag heeft op de winstgevendheid van de sector.