Zoals bekend wil het Havenbedrijf van Antwerpen dat dok op de Linkeroever, met een initiële capaciteit van ruim vier miljoen teu per jaar, zo snel mogelijk aanleggen. Uiterlijk in 2021 zou het er moeten liggen. Het project dreigt echter zware vertraging op te lopen, omdat de Belgische Raad van State de plannen al tot twee keer toe gedeeltelijk naar de prullenmand heeft verwezen. Dit omdat ze tekort schieten op het punt van de verplichte natuurcompensatie.

De nu door het Vlaamse kabinet goedgekeurde procedure doet denken aan de Nederlandse systematiek voor grote infrastructurele projecten onder de Crisis- en Herstelwet. Na de ‘startbeslissing’ van afgelopen vrijdag volgen de verkennings-, de onderzoeks-, de uitwerkings- en de uitvoeringsfase, compleet met voorkeurs- en projectbesluit.

Opmerkelijk is dat ook geharnaste tegenstanders van het project, zoals de belangengroep Doel 2020, de nieuwe aanpak lijken te steunen. Diens woordvoerder Jan Creve zegt in de Gazet van Antwerpen dat Doel 2020 ‘constructief wil meewerken als het geen trukendoos is’ Hij ziet verder in de nieuwe aanpak ‘een belangrijke heroriëntering, omdat voor het eerst alle actoren worden betrokken zonder per definitie uit te gaan van een Saeftinghedok. Men gaat nu dus écht de alternatieven bekijken.’

Enkele maanden geleden zei Creve dat ‘de basis voor de argumenten voor een Saeftinghedok van de aardbodem waren verdwenen’ nadat bekend was geworden dat het Delwaidedok mogelijk toch een containerhaven blijft. Het Havenbedrijf wilde daar het Saoedische recyclingbedrijf ERS vestigen, maar heeft die plannen op een laag pitje gezet. Het Delwaidedok, met een capaciteit van zo’n vijf miljoen teu, komt volgend jaar vrij door de verhuizing van MSC naar de MPET-terminal op de Linkeroever.

Het Havenbedrijf van Antwerpen hamerde vorige week bij de publicatie van de halfjaarcijfers (4,4% groei in de containeroverslag) nog eens op de hoogdringendheid van het Saeftinghe-project. Volgens een vorig jaar uitgevoerde maatschappelijk kosten/batenanalyse is het project, geschatte kosten 660 miljoen euro, in vrijwel elk scenario een rendabele investering.