Verzameld onder de naam Global Consolidators Working Group schrijven de bedrijven dat de regelgeving te vaag is om te implementeren. ‘Het gebrek aan informatie, transparantie en leiding maakt het bijna onmogelijk (en zeker onpraktisch) voor verladers om regelingen te treffen die nodig zijn om goed aan de regelgeving te voldoen.’ Een globale industrie heeft globale helderheid en standaardisatie nodig, zijn de bedrijven van mening.
De groupeurs willen dat de IMO details van de 162 landen gaat verzamelen en beschikbaar stellen over de manier waarop zij de regelgeving zullen handhaven. Ook willen de bedrijven standaarden voor hoe de informatie moet worden aangeleverd, een overzicht van de toegestane gewichtsmarges per land en weten of er sancties volgen wanneer er een onjuist gewicht is opgegeven. ‘De IMO is het best gepositioneerd om de deze informatie van de lidstaten op te vragen en te verspreiden’, schrijven de groupeurs. Zij willen dat de IMO deze informatie tegen 1 april aan de verladers, rederijen en terminal operators verstrekt.

De gewichtsverificatie van containers is een aanvulling op de SOLAS-regelgeving van de IMO. De afkorting staat voor Safety of Lives at Sea. Reden dat de weegplicht onder deze regelgeving valt is omdat het hebben van juiste gewichtsinformatie reders helpt om betere stuwageplannen op te stellen, wat de veiligheid aan boord vergroot.

SOLAS kent 162 ondertekenende landen. Die moeten per 1 juli allemaal een nationaal akkoord hebben gesloten, waarin eisen met betrekking tot foutmarges staan en wordt bepaald welke bedrijven in aanmerking komen voor het gebruik van de rekenmethode in plaats van fysieke weging.

Tot nu toe hebben slechts drie landen beleid opgesteld: Groot-Brittannië, Nederland en België. Toch zijn er ook in deze landen nog vragen onbeantwoord. Vooralsnog is in Nederland bijvoorbeeld niet duidelijk hoe de handhaving vorm zal krijgen. Dat moet nog verder worden uitgewerkt, laat een woordvoerster van het ministerie van Infrastructuur en Milieu weten. Gevraagd naar de gevolgen voor bedrijven die de deadline van 1 juli 2016 missen en naar de gevolgen voor verzendingen die de ingangsdatum kruisen antwoordt zij dat het nog ‘te vroeg is voor dergelijke “wat als” vragen.’