Roderick de la Houssaye, bestuurslid van de Fenex (en directeur van Van Uden Logistics) en Frank Tazelaar, managing director van APM Terminals Maasvlakte 2, ondertekenden de samenwerkingsovereenkomst maandag tijdens het tweejaarlijkse Fenex-diner in Rotterdam. Het is voor het eerst dat een terminal en de expediteursorganisatie dergelijke afspraken maken en schriftelijk vastleggen. Expediteurs en terminals hebben geen contractuele relatie met elkaar, omdat ze in opdracht van respectievelijk verladers en rederijen werken.

Met de ‘prestatie-afspraken’ willen de partijen de productiviteit van de begin volgend jaar in gebruik te nemen terminal verhogen. Efficiency-voordelen voor zowel de terminals als voor de expediteurs zijn alleen te behalen door beter informatie uit te wisselen (verplicht via Portbase), door afspraken te maken over afhandelingsprocessen en door (douane)procedures te stroomlijnen en vereenvoudigen.

Met het maken van de afspraken nemen met name de expediteurs een risico, gaf Fenex-bestuurder De la Houssaye toe. Slottijden zijn voor de logistieke dienstverleners een heikel punt, omdat ze ten koste gaan van de flexibiliteit in de keten. Het gevaar bestaat dat opdrachtgevers niet kunnen worden bediend en de aflevering wordt vertraagd omdat het slot op het gewenste moment al vol zit. ‘Een gokje’, omschreef De la Houssaye de beslissing van de Fenex om hiermee toch akkoord te gaan. ‘We doen iets nieuws en weten nog niet of we al onze leden hierin meekrijgen’. De reden om slottijden te accepteren is dat daar prestatiedoelstellingen van de terminal tegenoverstaan. Een volgende stap is als het aan de Fenex ligt om de terminal op die doelstellingen te kunnen afrekenen.

Behalve APM gaat ook de andere nieuwe terminal op de Tweede Maasvlakte, Rotterdam World Gateway (RWG), slottijden invoeren. Overigens zonder dat vast te leggen in een overeenkomst met de Fenex. Wat betreft Marty van Pelt, secretaris van de Fenex-raad voor Zeehavenlogistiek, kan dat er nog wel van komen. ‘Niet alleen met terminals, maar met alle relevante partijen in de keten staan we open voor dergelijke afspraken.’

De overeenkomst tussen Fenex en APM past in de oproep die Allard Castelein, president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, deed op het diner om de keten in het achterland te versterken. ‘Nautisch gezien kennen alle havens hetzelfde trucje. Onderscheiden kun je je alleen in ketens, zowel in het achterlandvervoer als tussen bedrijven binnen de haven. Daar zullen we als havenbedrijf ook in investeren.’

Castelein liet ook doorschemeren ongelukkig te zijn met de strenge eisen aan de terminals op de Tweede Maasvlakte op het gebied van de modal split. ‘Dat was voor mijn tijd.’ In de concessies is vastgelegd dat de terminals het aandeel van de binnenvaart en het spoor moeten vergroten, maar met name die laatste modaliteit is qua infrastructuur niet in staat om ‘te leveren’.