Twee bergingsmaatschappijen, het Nederlandse bedrijf Smit en Nippon Salvage, hebben inmiddels schepen op pad gestuurd naar de ‘MOL Comfort’, maar aangezien die pas na het weekend op de plek des onheils kunnen arriveren, is het volgens Frieswijk zeer de vraag of de hulp op tijd zal komen. ‘De twee stukken van de ‘MOL Comfort’ die nu op zee drijven, zijn halfdode schepen en de weersomstandigheden zijn ter plekke nog altijd zwaar. Op termijn zal het schip toch vergaan.’

Frieswijk blijft hopen dat de bergingswerkers de twee scheepsdelen over een paar dagen wel degelijk op sleeptouw kunnen nemen, maar de moeilijkheden zijn dan allesbehalve achter de rug. Dat de bergingswerkers er dagen over doen om de twee ‘MOL Comfort’-delen te bereiken, geeft al aan dat het een heidens karwei zou worden om de ruim vierduizend containers die aan boord staan, veilig aan wal te krijgen.

Veel Nederlandse ladingontvangers wachten in spanning af wat er op de Arabische Zee zal gebeuren. Alleen al Achmea kent minimaal vijftien containers aan boord van het ongeluksschip waarin lading zit voor zijn klanten. Het gaat om onder meer chemicals, kleding uit goedkope productielanden, geschenkartikelen, garnalen en muziekinstrumenten.

Zelfs als de ontvangers hun goederen over een tijdje toch nog in goede staat ontvangen, zit er nog een addertje onder het gras, waarschuwt Frieswijk. ‘De bergingskosten zullen hoog zijn, 30 tot 70 procent van de waarde van de goederen, dus er zal een behoorlijke rekening bij zitten.’

Het bureau Cunningham Lindsey Marine uit Rotterdam heeft ondertussen gemeld dat het door diverse binnen- en buitenlandse makelaars en transportverzekeraars is aangesteld voor het verrichten van ‘oorzaak technisch onderzoek’ en het vaststellen van de ladingschade. Cunningham heeft hiervoor een team aan het werk gezet onder leiding van Marius Bakker.

Het ongeluksschip zelf was voor 83 miljoen dollar verzekerd bij enkele Japanse verzekeringsmaatschappijen.

Alle berichtgeving over de “MOL Comfort” vindt u hier.