In het internationale vervoer zijn er voorzichtige tekenen van herstel. De goederenoverslag op Schiphol stabiliseert en de haven van Rotterdam wist ‘de cijfers in het eerste kwartaal in het zwart te houden’, aldus de bankeconomen. Ook internationaal actieve logistieke bedrijven zien de markt aantrekken.

Anders is het gesteld op de binnenlandse markt. De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 1%, voorspelt ING. Voor volgend jaar houdt de bank het op een nulgroei. De consument wacht af en de investeringen staan onder druk. Verder ‘zullen de extra bezuinigingen hun uitwerking niet missen’. Daarbij blijft de olieprijs hoog en staan de vrachtprijzen onder druk. Dat de Duitse economie goed standhoudt, is dan nog meegenomen.

Voor het wegtransport, dat vorig jaar nog 2% volumegroei optekende, voorspelt de Bank dit jaar een krimp van 0,9%. Volgend jaar zit er weer een volumegroei van 0,5% in het vat. Vervoer over water ziet de volumens dit jaar 1,1% dalen na een groei van 2,2% vorig jaar. Volgend jaar mag het watervervoer rekenen op een groei van 0,8%.

Voor het vervoer door de lucht is het beeld niet anders. Vorig jaar een groei van 1,1%, dit jaar een daling van 0,9%. Volgend jaar wel een wat sterker herstel met 1,2%. Logistieke dienstverleners zijn misschien het beste af. Die kenden vorig jaar een volumegroei van 3,2%, zien de volumes dit jaar 1,2% dalen, maar mogen voor volgend jaar op een groei van 1,5% rekenen.

De transport- en logistieke sector zucht onder de aanhoudend gestegen brandstofprijzen. Brandstof neemt sectorbreed nu 15 tot 20% van de kosten voor zijn rekening, schat de bank. In het fysieke transport is dit kostenaandeel uiteraard nog veel hoger, maar het beeld wordt verzacht doordat het accent in de sector transport en logistiek meer en meer bij de logistiek komt te liggen.

ING stelt bovendien vast dat door de steeds grotere efficiëntie van verbrandingsmotoren en de betere besturing het brandstofverbruik van de sector al niet of nauwelijks meer stijgt. Per kilometer is het verbruik al krachtig afgenomen, onder meer door de steeds strengere Euronormen in het wegvervoer.

Het aantal faillissementen, in het eerste kwartaal 150 stuks, is in vele jaren niet zo hoog geweest. Ook in 2009 niet. Toen hadden bedrijven gemiddeld iets betere financiële reserves dan nu. Door de terugval in de vraag en de druk op de vrachtprijzen staan relatief veel bedrijven er slecht voor. We zien ook een toename van het aantal overnames.

Logistieke bedrijven lijken intussen van de vorige crisis wel te hebben geleerd. Vervoerders en logistieke bedrijven die een opdracht zien wegvallen, gaan niet altijd meer radeloos op zoek naar nieuwe opdrachten, maar besluiten tot afstoting van capaciteit. Bedrijven zijn flexibeler geworden. We zien verder dat de productiviteit per medewerker iets is toegenomen, terwijl het aantal vacatures is gedaald.

Specifiek voor het wegvervoer geldt een toenemende afhankelijkheid van de binnenlandse markt. Het wegvervoer behaalde vorig jaar een omzetgroei van 5,9%, welke voor tweederde te danken was aan een hogere vrachtprijs. De rendementen zijn daarmee in 2011 iets verbeterd. Maar dat zit er dit jaar niet in, denkt ING. De binnenlandse markt belooft weinig goeds, al is het wel weer zo dat fysieke distributie van consumentengoederen, welke een belangrijk deel van die binnenlandse markt uitmaakt, traditioneel tot de best renderende deelmarkten behoort.

In het wegvervoer zien we een aanhoudende daling van het aantal wegvervoerbedrijven, in de afgelopen jaar met in totaal 3,5%. “Opvallend is dat deze daling gelijk op gaat met verbetering van het rendement.”

Grote internationaal opererende logistieke dienstverleners zijn ondanks alle onzekerheid toch optimistischer geworden over de nabije toekomst. ING noemt bedrijven als DHL, Kuehne + Nagel, DSV en Ceva. Uit diverse enquêtes, onder meer door Danske Bank, bleek de laatste maanden dat bedrijven de toekomst rond de jaarwisseling overwegend somber tegemoet zagen. Maar de laatste maanden heeft het aantal optimisten weer de overhand. Dat komt omdat zij een herstel van de internationale vraag voorzien.