Wim van Sluis, voorzitter van de Rotterdamse organisatie van havenondernemers Deltalinqs, heeft grote twijfels over het gezamenlijke belang dat de havenbedrijven van Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen zouden willen nemen in het havenbedrijf van Duisburg. ‘Wat is de strategie daarachter? Dan wil ik toch eerst wel even een business case zien. Het moet niet zo zijn dat hierin eerst miljoenen worden geïnvesteerd en dat daarna de havengelden weer omhoog moeten.’

Van Sluis vraagt zich af of een gezamenlijk aandeel in Duisburg in het belang is van het havenbedrijfsleven in de Benelux-havens. ‘Misschien is het zinvoller samen iets te gaan doen in München. Bijna alle lading bestemd voor die regio gaat nu via Hamburg, omdat de lege containers dan bijna gratis kunnen worden terugvervoerd. Ons marktaandeel in Zuid-Duitsland is nu welgeteld 1 procent.’

De Deltalinqs-voorzitter zei dit tijdens een toelichting in Rotterdam van het pamflet ‘Staten van Holland’, dat zijn organisatie samen met zijn Amsterdamse evenknie, de ORAM, heeft opgesteld met het oog op de provinciale statenverkiezingen van begin volgende maand. In dat stuk bepleiten ORAM en Deltalinqs dat Noord- en Zuid-Holland hun beleid op het gebied van economie en infrastructuur veel meer op elkaar afstemmen. Er zou zelfs voor beide provincies één verantwoordelijke bestuurder voor Economie en Milieu moeten komen.

De twee provincies zoeken ook nauwere samenwerking met het Gewest Vlaanderen. De drie moeten een ‘gezamenlijke Rijn-Schelde-Delta-strategie’ voeren. Ook moeten ze een gezamenlijke lobby in Brussel gaan voeren onder het motto ‘Benelux Gateway to Europe’. Van Sluis en zijn ORAM-collega Paul Wevers wijzen erop dat tegenwicht moet worden geboden tegen de Noord-Duitse havens, die al wèl over een sterke Brusselse lobby beschikken en daar hun goede spoorverbindingen met het achterland in de strijd kunnen gooien.

ORAM en Deltalinqs noemen de ‘grote troefkaart van Holland’ – de combinatie van beide provincies dus – de ‘unieke verbondenheid van het logistieke cluster met het industriële cluster en de verwevenheid daarvan met dienstverlenende bedrijven.’ Dit biedt volgens de organisaties grote kansen in Europa, maar dan is wel nodig dat het mainportbeleid in beide provincies wordt versterkt en dat er een ‘innoverend internationaal vestigingsklimaat’ tot stand komt.

Om de bereikbaarheid van ‘Holland’ te vergroten moet de corridor A4 zo snel mogelijk van Amsterdam via Rotterdam naar Antwerpen worden aangelegd. Ook moet de Havenring A15-A20 in Rotterdam worden voltooid door de aanleg van de Blankenburgtunnel en dient de haven van Amsterdam snel te kunnen beschikken over een nieuwe, grotere zeesluis bij IJmuiden. Van Sluis was weinig te spreken over het infrastructuurbeleid van het nieuwe kabinet-Rutte. ‘Dat kabinet staat nog niet te trappelen om de schop in de grond te steken. De A4 Noord, de nieuwe zeesluis, het hobbelt allemaal maar door, om van de A4 Zuid maar te zwijgen. We moeten tempo maken. Ik heb niet het idee dat het kabinet dat doet.’

Folkert Nicolai

Meer hierover in de gedrukte editie van Nieuwsblad Transport van 11 februari.