De scheepvaart op de Oostzee heeft barre wintermaanden achter de rug. Economisch is het dieptepunt voor de shortsea- en feedervaart nu waarschijnlijk wel gepasseerd. Maar de meteologische winter sloeg hard toe, schepen raakten op volle zee vastgevroren en ijsbrekers moesten, zeker in maart, te hulp schieten om ze te ontzetten. Onder de door de vorst gegijzelde schepen ook een ferry, met duizend mensen aan boord.

Reders en operators voerden vorig jaar de gebruikelijke wintertoeslagen in voor het vervoer van en naar Sint Petersburg. Daar kwamen voor een groot deel van de Oostzee extra toeslagen bij, toen bleek dat de ijstoestand in het vaargebied in zo’n kwart eeuw niet zo ernstig was geweest. Voor de meeste bestemmingen, waaronder de Baltische Staten en Finland, zijn die toeslagen nu weer opgeheven.

Bij Unifeeder bijvoorbeeld, met 26 schepen tussen 500 en 1.500 teu capaciteit marktleider in het feedervervoer, gebeurde dat met ingang van 12 april. Maar deze operator heeft de toeslag voor Sint Petersburg voor onbepaalde tijd gehandhaafd, omdat de ijsgang zich vooral in de Finse Golf nog voordoet. In de grootste Russische haven opende het Deense Unifeeder overigens eind vorig jaar een eigen kantoor. Sinds 1998 was Neptun Marine in Sint Petersburg de agent van Unifeeder, maar de operator heeft besloten alle activiteiten daar in eigen hand te nemen.

Onder moeilijke economische omstandigheden waren er de afgelopen maanden toch nog wel wat nieuwe initiatieven op het vaargebied waar te nemen. Zo begon Mann Lines in november een containerdienst tussen Rotterdam en Sint Petersburg. Mann Lines onderhoudt die dienst met een schip dat netto 335 teu, met een gemiddeld gewicht van veertien ton, kan meenemen. De Britse reder onderhield al een dienst tussen Hamburg en de grootste Russische ‘westhaven’ en ook al de Trans-Baltica Container Line tussen Rotterdam en onder meer Kaliningrad, de Russische enclave tussen Polen en Litouwen.

Rond dezelfde tijd wijzigde Finnlines het vaarschema van zijn wekelijkse lijndiensten tussen de Benelux en Finland. Amsterdam kreeg een wekelijkse afvaart naar Helsinki en Rauma. Het schip laadt een dag eerder in Antwerpen. Deze stad kreeg er een andere vrijdagse afvaart bij naar Helsinki en Kotka. Via Helsinki worden ook het Poolse Gdynia en Sint Petersburg in transshipment bediend.

Begin dit jaar verlegde Finnlines al zijn Antwerpse aanlopen van de terminal van Westerlund naar de Antwerp Euroterminal aan het Verrebroekdok. De Baltische diensten sluiten daar beter aan op die van moedermaatschappij Grimaldi van en naar onder meer de Middellandse Zee, Zuid-Amerika en West-Afrika. De Italianen zegden hun Finse dochter dit jaar de wacht aan. Vorig jaar was voor Finnlines ‘dramatisch’, in 2010 moet het bedrijf in elk geval weer zwarte cijfers schrijven, waarschuwde topman Emanuele Grimaldi op één van zijn reizen tussen Napels en Finland.

Intussen verdubbelde Tschudi Lines Baltic Sea zijn capaciteit tussen Rotterdam en de Baltic door drie eigen schepen te vervangen door drie charterschepen van elk 508 teu. De dienst van de Noorse rederij doet aan de overzijde Helsinki, Muuga, Tallinn en Klaipeda aan. De uitbreiding is een reactie op het weer flink toenemende ladingaanbod tussen West-Europa en het Baltische gebied.

Diepzeereders op het Baltische vaargebied zetten zelf steeds grotere schepen in om het straks weer toenemende ladingaanbod aan te kunnen. In januari breidde MSC zijn shortsea-dienst tussen Antwerpen, Rauma en Gävle uit met een extra aanloop van Sint Petersburg. De Zwitsers zetten op deze derde Baltische feederdienst twee ijsversterkte schepen in met een capaciteit van 1.600 teu elk. Er zijn nu wekelijks twee afvaarten van Antwerpen naar Sint Petersburg. De reder verving al eerder de MSC Nikita, total loss na een aanvaring nabij Rotterdam, in de feederdienst tussen Antwerpen en Polen en Litouwen door twee grotere schepen.

Maersk Line trok zijn Ecubex-dienst tussen Latijns Amerika en Noord-Europa door naar Sint Petersburg. In die dienst varen vijf schepen van 2.600 teu met extra reeferaansluitingen. Om ook de Baltic te bedienen, is een zesde schip ingelegd, met een Europese rotatie Rotterdam, Bremerhaven, Sint Petersburg en via Bremerhaven terug.