Het voorstel van de Europese Commissie om de Baltic naar een hoger economisch en ecologisch niveau te tillen, valt uiteen in vier hoofddoelen. Die hoofddoelen zijn: het milieu beschermen, de welvaart verhogen, de bereikbaarheid verbeteren en de veiligheid vergroten.

Om die hoofddoelen te verwezenlijken, worden in het rapport vijftien prioriteiten gesteld, aldus de Poolse Europarlementariër en rapporteur Michal Wojciech Olejniczak, Voor de transportsector gaat de aandacht vooral naar infrastructuurprojecten. In de voormalige Sovjetlanden – Estland, Letland en Litouwen – ontbreken goede noord-zuidverbindingen over de weg. Die transportassen worden prioriteit nummer één, samen met betere verbindingen in en met de binnenvaart. Ook streeft de Commissie naar een betere onderlinge samenwerking in deze regio. Te denken valt dan aan samenwerking bij het ijs breken op de Baltische Zee en samenwerking bij het invoeren van een of andere vorm van rekeningrijden. ‘Een ander belangrijk aandachtspunt is het milieu. De vervuiling in de Baltische Zee neemt helaas legendarische proporties aan’, aldus Olejniczak. ‘Daarbij baren niet alleen de emissies mij zorgen. In deze Europese binnenzee registeren we ook veel illegale lozingen van olie, gevaarlijke stoffen en afvalwater.’ Deze Europese strategie vormt een welkome aanvulling op de bestaande verdragen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) om dit omvangrijke probleem aan te pakken. Ook stimuleert Brussel allerlei ‘zachtere’ initiatieven in de Baltische regio, zoals walstroom en een voorrangsregeling voor schonere schepen.

Mooie en ambitieuze plannen van de Europese Commissie maar wie naar de budgetten kijkt, ziet dat voor het geld om dit soort zaken te verwezenlijken, hoofdzakelijk naar reeds bestaande fondsen, zoals de Trans-Europese Transportnetwerken (TEN-T) wordt verwezen. ‘Dit voorstel legt de bal inderdaad vooral bij de regionale overheden en de NGO’s, de niet-gouvernementele organisaties’, stelt Olejniczak. ‘De Europese Commissie speelt een louter coördinerende en evaluerende rol. In die optiek lijkt het ook logisch dat ze nu niet massaal bijkomend geld vrijmaakt.

Het voorstel van Brussel, midden vorig jaar gepresenteerd, was een Europese primeur. Nooit eerder kwam de Europese Commissie met een zo gedetailleerd plan voor een regio. Door het experimentele karakter heeft de Commissie van tevoren een hele rits lokale bedrijven, academici en NGO’s geconsulteerd. Met als uiteindelijk resultaat een actieplan waarin de betrokken landen in deze regio wel iets van hun gading konden vinden. Zelfs het voornaamste land buiten de EU dat bij dit voorstel werd betrokken, te weten Rusland, bleek goedwillend. Al heette dat toen in onderkoeld Russisch dat ze ‘niet sceptisch stonden tegenover de Brusselse plannen met de Baltische Zeeregio’. Als deze strategie werkt, dan is het de bedoeling gelijksoortige plannen voor andere regio’s op te zetten. Te denken valt aan de regio rondom de Middellandse Zee, de Donau en bijvoorbeeld het Alpengebied. En als deze aanpak navolging krijgt, dan, zo verwacht Europarlementariër Olejniczak, volgen extra fondsen om dit te financieren vanzelf.