Als president en premier van Rusland heeft Vladimir Poetin zich er persoonlijk mee bemoeid. De haven van UstLuga aan de Finse Golf zou de afhankelijkheid van de Russische inen uitvoer van de Baltische Staten moeten verminderen. Twintig jaar na de val van de Sovjet-Unie loopt een groot deel van de ladingstromen nog steeds door die landen, en sinds ze in 2004 bij de Europese Unie horen, is dat een minder aantrekkelijk idee voor de Russen.

‘De haven is uitzonderlijk belangrijk voor ons. Het is een van de grootste infrastructurele projecten van deze tijd’, zei Poetin toen hij de haven in aanbouw in 2006 bezocht. Iets wat hij herhaalde toen hij er in mei vorig jaar terugkeerde en de haven aanwees als eindpunt van de nieuwe oliepijpleiding BPS-2. Dat is een afleiding van het Baltic Pipeline System, die vanuit Siberië loopt naar de haven van Primorsk, aan de overzijde Finse Golf. Ust-Luga zal als oliehaven zelfs nog wat groter worden dan Primorsk, dat met een volume van 120 miljoen nu de grootste overslagfaciliteit in Rusland is. Veel van de olie wordt overgeslagen in de haven van Rotterdam is afkomstig uit Primorsk.

Olie zal dus een belangrijke commodity zijn, maar niet de enige. Behalve een haven is Ust-Luga ook een industriële zone. Daarom komen er overslagfaciliteiten voor alle soorten lading, van kolen tot zwavel, van lng tot droge bulk en van (spoor-)ro/ro tot stukgoed. Een deel daarvan is inmiddels in gebruik: naar verwachting zal er dit jaar zo’n 8,5 miljoen ton worden overgeslagen, voornamelijk kolen en staal. In 2025 moet dat volgens de voorspellingen zijn opgelopen tot 120 miljoen ton.

Een belangrijke ontwikkeling in Ust-Luga is de containerterminal. Zo’n 120 kilometer westelijker gelegen, bijna aan de grens met Estland, moet de Baltic Container Terminal (niet te verwarren met de gelijknamige terminals in Gdynia en Riga) uitgroeien tot een alternatief voor de overvolle terminals van St. Petersburg. Op de greenfieldlocatie aan diep water zouden schepen van 6.000 teu kunnen aanleggen, schepen die de stadsterminals nooit kunnen bereiken. Met een capaciteit van 3 miljoen teu per jaar (in 2014) zou het de grootste van Rusland worden. Exploitant van de nieuwe terminal is National Container Company (NCC). Dat is een Russische joint venture van transportgroep (en rederij) Fesco en First Quantum, een operationeel bedrijf uit de oliesector. NCC is tevens de uitbater van de grootste terminal in St. Petersburg, First Container Terminal (FCT). Door de congestie in St. Petersburg waren de vooruitzichten voor de BCT in Ust-Luga goed. Zo goed dat het Eurogate eind 2007 een belang van 20 procent nam in de terminal. De Duitsers zagen, gezien de schaarste aan capaciteit in de regio, wel brood in het project. Het wachten was op de opening, die voor de zomer van 2009 was voorzien.

Was, want de aanleg is stilgelegd, luttele maanden voor de ingebruikname. NCC kreeg de financiering voor de voltooiing van de terminal niet rond. Zelf had NCC ook niet zoveel haast meer om hem af te bouwen, want ook Rusland heeft zich niet kunnen aantrekken aan de crisis, en de volumes in de havens zijn sinds eind vorig jaar fors teruggelopen. Opeens is de congestie in St. Petersburg niet meer zo nijpend.

De FCT, die in 2008 zijn naam eer aandeed door als eerste containerterminal in Rusland meer dan een miljoen containers te behandelen, kreeg in het eerste kwartaal te maken met een daling van 27 procent. De andere, veel kleinere terminals in St. Petersburg ondergingen een vergelijkbare afname. En dat maakt het alternatief in Ust-Luga wat minder urgent.

Toch ziet het er niet naar uit dat van uitstel van de opening van de BCT afstel komt. Rederij Fesco heeft al laten weten dat het onder de huidige omstandigheden weliswaar beter is om de laatste investeringen even op te houden, maar dat het project ‘van strategisch belang’ blijft. Omdat de terminals in de stad niet kunnen uitbreiden, hebben die een structureel capaciteitsprobleem, dat in volle omvang voelbaar wordt als de containervolumes weer gaan aantrekken.