Het wegvervoer in België gaat een goede toekomst tegemoet, met een structurele groei van 1,5 tot 2 procent per jaar. Maar eerst moet het die verrekte crisis zien te overleven. Vooral voor veel kleinere bedrijven zal dat een harde dobber zijn.

Het economisch bureau van bank ING schetst in zijn jongste branchestudie, gewijd aan het Belgische wegvervoer, gunstige perspectieven voor deze bedrijfstak op langere termijn. De komende twintig jaar komt op vervoerders een volumegroei af van 45 procent, zowat 2 procent per jaar. De positie van Belgiës transport- en logistieke sector in het internationale krachtenveld is sterk. Zeker in de regiefunctie liggen nog grote kansen.

De zeehavens zijn een groeimotor, evenals grote multimodale knooppunten als Genk en Luik. Infrastructurele projecten als de Liefkenshoekspoortunnel, de te heropenen IJzeren Rijn en het Schelde-Seinekanaal zullen de functie van België als draaischijf voor de Europese handel nog versterken.

Mooi, maar de crisis hakt erin, zeker in België met zijn open economie en relatief grote (auto!)industrie. Wegvervoer is zeer procyclisch, de uitslagen zijn er doorgaans twee keer zo groot als die in de gehele economie. De pieken zijn hoger, maar de dalen veel dieper. Bedrijven die de recessie overleven, kunnen over een jaar alweer een krachtige vraagopleving verwachten.

Begin vorig jaar hadden Belgische wegvervoerders nog drieduizend extra chauffeurs nodig, maar dat tekort is in luttele maanden eerder in een overschot omgeslagen. Charters werden opgezegd, aan het draaien van overuren werd, ook al wegens de invoering van de 48-urige werkweek, een einde gemaakt en het aantal faillissementen in de bedrijfstak zal dit jaar, denken de ING-economen, 40 tot 50 procent boven dat van 2008 liggen.

De klappen vallen vooral aan de onderkant. Het Belgische wegtransport is nog een fractie kleinschaliger dan dat in omringende landen. Gemiddeld werken bij een vervoerder acht mensen. In Duitsland is dat getal negen, in Nederland dertien. Driekwart heeft vijf trucks of minder. Er zijn zo’n 8.900 wegvervoerondernemingen, een getal dat sinds begin deze eeuw nauwelijks is veranderd. Verladers zijn intussen vaak wel groter geworden, signaleren de onderzoekers. ‘Als gevolg van de scheve machtsverhoudingen in de keten en de daaruit voortkomende matige rentabiliteit, zal de sector de komende jaren niet ontkomen aan schaalvergroting.’ Bedrijven zullen worden overgenomen, andere worden beëindigd. Dat komt de levensvatbaarheid van de branche alleen maar ten goede. De rendementen in het kleinbedrijf (tot 750.000 euro omzet) lopen structureel achter bij het gemiddelde. In 2006 kwamen de kleintjes tot iets meer dan een procent rendement. De middelgrote bedrijven (tot drie miljoen omzet) kwamen aan ruim 3 procent, de grotere zaten daarbij in de buurt. Het jaar erop verbeterden de rendementen zich over de hele linie, tot meer dan 3,5 procent voor middelgrote bedrijven. Vorig jaar zakte de bedrijfwinst. Voor middelgrote en grotere bedrijven bleef wel 2 procent van de omzet over, bij de kleintjes werd het rendement vrijwel nihil.

De bank voorspelt voor dit jaar een negatief rendement van 2 procent voor de hele branche. Bij kleine bedrijven zal dat percentage ruim 3 zijn. Middelgrote bedrijven scoren ruim 1 procent verlies en de grotere moeten rekenen op meer dan 1,5 procent verlies. Volgend jaar zitten de kleinste bedrijven nog steeds in het rood. De grotere krabbelen op met een overschot tussen 0 en 1 procent.

Vervoerders in België krijgen een bijzonder moeilijk jaar voor de kiezen, al is hun uitgangspositie niet eens ongunstig. Stellen we hun transportkosten in 2008 op 100, dan zijn ze goedkoper uit dat hun Nederlandse collega’s (105) en ook de Duitsers, die ruim een procent meer kosten maken. Aardig te weten is dat de transportkosten van Poolse vervoerders in 2008 fors zijn gestegen. In 2007 was een Poolse vervoerder aan kosten 74 procent kwijt van wat een Belgische vervoerder moest opbrengen. Een jaar later stond de teller in Polen al op ruim 80.

Verder is de productiviteit per werknemer in België stukken hoger dan die in omringende landen. Een Belgische bediende of chauffeur in het wegtransport komt aan een gemiddelde productiviteit van 156.000 euro. Diens Nederlandse collega doet het met 139.000 euro netjes, maar een Duitser haalt slechts 93.000 euro. Dat komt mede doordat Belgen en Nederlanders – als internationale vervoerders – langer achter het stuur kruipen. Ook heeft het met de waardedichtheid van het transport te maken.

Dit jaar krijgen Belgische wegtransporteurs te maken met een ‘giftige combinatie’ van krimpende volumes en een automatische prijscompensatie in de lonen van 4 procent. Lonen maken in het Belgisch wegvervoer 30 à 40 procent van de totaalkosten uit. Overleven staat nu voorop. En denken over de toekomst. In welke markten moet je het zoeken? Hoe kun je je klanten binden? Kun je diversifiëren of specialiseren? Kun je je aansluiten bij collega’s?

Vragen om van wakker te liggen.