Ooit, in de jaren tachtig, regelde Neelie Kroes dat een Nederlandse wegvervoerder exclusief toegang kreeg tot de toenmalige Sovjet-Unie. Dat was uniek, want voor zover er tussen het Westen en het Oostblok al handel bestond – en zeker, die was er – werd de lading aan beide kanten van het IJzeren Gordijn door andere vervoerders afgewikkeld. Wij aan onze kant, zij aan de hunne. Het was volmaakt ondenkbaar dat een westerse vervoerder zich op het Sovjetgrondgebied kon begeven.

Tegenwoordig is dat geen enkel punt. Om de te beginnen behoort dat Sovjet-grondgebied voor een deel nu tot de Europese Unie. Dat bracht de Polen in de positie van de vrachtrijders van Europa. In het bilaterale landvervoer tussen de beide Europese machtsblokken bouwden de Polen, al dan niet met westers kapitaal, over de weg een absoluut overwicht op. Polen heeft, al zal het zijn loonkostenvoordeel steeds meer prijs moeten geven, door zijn centrale ligging een natuurlijke draaischijffunctie in het moderne Europa. Het is al lang niet meer de leverancier van goedkope chauffeurs; die rol moet het langzamerhand gunnen aan Oekraïners, Bulgaren, straks wellicht Wit-Russen.

Rusland zal er niet mee zitten. Het land ambieert geen enkele eigen rol in het Europese wegvervoer. Het lijkt zelfs in het hele transport geen internationaal belang te willen opbouwen. Met uitzondering natuurlijk van het pijpleidingvervoer. Want daarmee kun je het belangrijkste Russische exportartikel controleren. En daarmee wordt tenslotte het grote geld verdiend. Je kunt niet volhouden dat Rusland veel energie steekt in transport, behalve als dat ten dienste staat van de offshoreindustrie. De enige eigen Oostzee-haven is langdurig verwaarloosd. Nu pas wordt enigszins geïnvesteerd in uitbreiding van de terminalcapaciteit in Sint Petersburg. Inmiddels betwist Moskou de Baltische landen, voormalige vazalstaten uit de Sovjettijd, hun onmiskenbare doorvoerfunctie voor het Russische achterland.

Een prominente rol eist Rusland hooguit op in het spoorvervoer. Het sluit links en rechts – met China, met Deutsche Bahn – akkoorden om de Transsiberische spoorlijn en andere grote oostwestverbindingen nieuw leven in te blazen.

Dat de investeringen, nodig om toevoerende spoorlijnen in andere voormalige Oostbloklanden op peil te brengen, voor een belangrijk deel door de Europese Unie worden opgebracht, vindt Moskou prima.