België wordt in het buitenland niet meer alleen geassocieerd met frietjes of pedofielen. Het land is nu ook berucht om zijn al meer dan een jaar aanslepende zware communautaire crisis. Vlaamse politici willen tegen de zin van de Franstaligen meer bevoegdheden van het nationale naar het regionale niveau overhevelen om zo de reeds ingezette staatshervorming af te ronden.

De vorige hervormingen hebben de staatsstructuur er niet eenvoudiger op gemaakt. Weinig Belgen raken nog wijs uit de vele regeringen en ministers die boven hun hoofd van alles beslissen, voor zover dat op Europees niveau nog niet was gebeurd.

In principe is het niet zo ingewikkeld: er is een Belgische regering onder leiding van de federale eerste minister en daarnaast heeft elk gewest (Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) zijn eigen regionale bewindsploeg onder leiding van een minister-president. De verdeling van de bevoegdheden tussen de federale ploeg en de gewestregeringen is voor de modale Belg al een stuk ingewikkelder. De transportsector is daar een prima voorbeeld van. Laten we beginnen met een makkelijke quizvraag: wie is de Belgische verkeersminister? Het is een strikvraag! België telt weliswaar negen excellenties die voor transportdossiers bevoegd zijn maar in de federale regering werd de portefeuille ‘Mobiliteit’ aan een staatssecretaris toevertrouwd. Het is Etienne Schouppe, voormalig topman van de NMBS, die België als staatssecretaris van Mobiliteit vertegenwoordigt in de Europese Transportraad.

In vergelijking met zijn Nederlandse collega Camiel Eurlings zijn zijn bevoegdheden beperkt. Heel wat verantwoordelijkheden zijn immers overgeheveld naar de gewesten. De Vlaamse en Waalse regeringen zijn bijvoorbeeld baas over hun regionale luchthavens (onder andere Oostende en Luik). Zaventem valt als nationale luchthaven nog wel onder Schouppe. Het is niet onmiddelWaar: lijk het leukste dossier wat een bewindsman kan hebben: al jaren kibbelen bewonersgroepen en politici uit de gewesten over de spreiding van de vluchten om de geluidsoverlast per regio te beperken. Het feit dat elk gewest zijn eigen geluidsnormen Huisvesting, bepaalt, maakt het Schouppe en ontwikkeling knap lastig. Als federale staatssecretaris staat hij ook geen trapje hoger dan een minister van Leefmilieu uit een gewestregering. Bij gebrek aan hiërarchie kan er alleen maar een oplossing uit de bus komen wanneer alle neuzen in dezelfde richting staan.

Spoorverkeer is ook nog een nationale materie, al liet de huidige Belgische eerste minister, Yves Leterme, onlangs nog doorschemeren dat hij de NMBS graag zou regionaliseren. Het beheerscontract tussen de NMBS en de Belgische Staat wordt niet door Schouppe onderhandeld. Dat doet zijn partijgenote Inge Vervotte die als minister van Overheidsbedrijven ook de Post onder haar hoede heeft. De twee federale regeringsleden trokken in mei wel samen naar Berlijn om daar voor de IJzeren Rijn te pleiten. Internationale scheepvaartaangelegenheden passeren ook nog via het kabinet van Schouppe. De beste vriend van de reders is echter de minister van Financiën want die beslist over de fiscale maatregelen die het Belgische scheepvaartregister aantrekkelijk moeten houden.

Het beheer van de zeehavens en de binnenvaartinfrastructuur is volledig in handen van de drie gewesten. Binnen de Vlaamse regering werden de taken verdeeld: alle binnenvaartzaken zijn bij de minister van Openbare Werken en Leefmilieu, Hilde Crevits, terechtgekomen. Haar voorganger Kris Peeters stond er bij zijn promotie tot minister-president op om het zeehavenbeleid te behouden. De rol van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Kathleen Van Brempt, is daarom beperkt tot zeg maar fietspaden, flitspalen, rijbewijzen en openbaar vervoer. In de praktijk werken de Vlaamse excellenties vaak samen: zo kondigden Van Brempt en Crevits eerder deze maand samen aan dat Vlaanderen het Verkeerscentrum in Gent zal uitbouwen om er het wegverkeer van en naar de kust op te volgen. In Wallonië zijn er meerdere regeringen. België werd immers niet alleen ingedeeld in drie gewesten, maar volgens de taal ook in drie gemeenschappen. In Vlaanderen vallen gewest en gemeenschap samen en wordt er daarom maar één bewindsploeg gevormd. Onder de taalgrens hebben de circa 75.000 Duitstalige Belgen uit de regio rond Eupen hun eigen gemeenschapsregering met een ministerpresident en ministers voor onder andere Onderwijs, Sociale Zaken en Cultuur. Ook de Walen hebben een Franstalige gemeenschapsregering. Alle transportzaken komen echter op het bordje van de Waalse gewestregering, waar André Antoine de por tefeui l le Transport heeft. In diezelfde regering is de voormalige Belgische verkeersminister Michel Daerden bevoegd voor ‘Equipement’, wat in Vlaanderen Openbare Werken heet.

Omdat er drie gewesten zijn, heeft ook de Brusselse gewestregering transportbevoegdheden. Pascal Smet draagt de titel van Brussels minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Taxi’s. Die laatste toevoeging maakt al duidelijk hoe beperkt zijn bevoegdheden zijn. De persberichten van zijn kabinet gaan hoofdzakelijk over het heraanleggen van straten, een nieuwe metrohalte of de aanleg van fietspaden. De voogdij over de Brusselse haven werd aan Brigitte Grouwels toevertrouwd. Haar titel luidt: staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, Gelijke Kansenbeleid en de Haven van Brussel. De Ring rond Brussel ligt op Vlaams grondgebied en valt dus onder de Vlaamse wegenadministratie.

En bij wie mogen de wegvervoerders komen lobbyen? Met hun zorgen over de hoge brandstofprijzen konden ze onlangs bij Schouppe terecht, maar die moet eventuele fiscale maatregelen aan de minister van Financiën overlaten. Schouppe gaat wel nog over de technische controle van vrachtwagens en het verkeersreglement, al kunnen de gewesten ook hun eigen verkeersborden ontwerpen. Zo maakte Van Brempt zich als Vlaamse bewindsvrouwe niet erg populair bij de wegvervoerders met het inhaalverbod voor vrachtwagens op snelwegen met twee rijvakken per rijrichting.

Het Eurovignet wordt op nationaal niveau geïnd, maar de opbrengsten gaan naar de gewesten omdat die de wegeninfrastructuur beheren. Het invoeren van rekeningrijden wordt dan ook door de gewesten voorbereid. Ze overleggen daarvoor met zowel Nederland als Luxemburg. De versnippering van de bevoegdheden maakt veel overleg tussen alle betrokkenen nodig. In de praktijk gebeurt dat ook. Toch zijn er ook frustraties: Vlaanderen kan bijvoorbeeld niet zelf spoorinvesteringen doen om het verkeer van en naar de havens te faciliteren. Inventief als ze zijn, hebben de gewesten dan maar aangeboden om de prefinancieringskosten van bepaalde spoorprojecten te dragen en zo een versnelde realisatie mogelijk te maken.