En het beste bod, dat van Rotterdam World Gateway, was beter dan aan het begin van de procedure, twee jaar geleden, werd verwacht, zei president-directeur Hans Smits vorige week bij de bekendmaking van de winnaar. "Voor herhaling vatbaar."

Waar schaarste aan capaciteit al niet goed voor is. De partijen die tot het laatst in de race bleven voor de eerste containerterminal op de Tweede Maasvlakte (de vorig jaar al uitgegeven terminal aan APM is de tweede omdat die een jaar later in gebruik wordt genomen) hebben stevig tegen elkaar opgeboden. In de finale fase is de huurprijs per vierkante meter omhooggeschoten, volgens insiders tot wel drie keer het huidige prijsniveau. Zonder in te gaan op prijzen of bedragen sprak Smits van ‘topaanbiedingen’, vooral, maar niet alleen, in financieel opzicht. Behalve op maximale opbrengst heeft het HbR op duurzaamheid, strategie en terminalconcept geselecteerd.

Smits had bij wijze van spreken het liefst direct ook terminal 3 gegund, zo weinig ontliepen de twee laatst overgebleven biedingen elkaar. De verleiding was groot, maar dat had een ‘kannibaliserend effect’ gehad, aldus Smits. ‘Je maakt het de nieuwe partijen dan wel heel moeilijk om door die eerste fase naar break-even en winstgevendheid te komen’. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, maar dan niet eerder dan over zes tot acht jaar, als de Tweede Maasvlakte al volop in bedrijf is. Tenzij de groei in de containeroverslag nog harder gaat dan nu wordt voorzien. Dat betekent dat de verliezers van de race nog geruime tijd geduld zullen moeten oefenen.

Tweede van de close finish was de combinatie PSA/MSC, hoewel dat officieel niet is bevestigd. Maar Maurizio Aponte, neef van de eigenaar Gianluigi Aponte en verantwoordelijk voor de logistiek, agenturen en terminals in Europa, sprak onlangs in het Antwerpse havenblad Portaal openlijk over de kandidatuur van de rederij.

Zonder in te gaan op de identiteit van de verliezende partij gaf Smits aan dat beide kandidaten ladinggaranties hadden afgegeven en toezeggingen om – los van de autonome groei in Rotterdam – lading over te hevelen van concurrerende havens naar Rotterdam. Een grotere koek om te verdelen dus, en dat is wellicht gunstig voor, dat niet alleen zijn wens om zich te vestigen op Maasvlakte 2 doorkruist weet, maar op termijn ook vier klanten ziet vertrekken. Vooraf werden de kansen van de Hutchison-dochter al niet hoog ingeschat, omdat Smits er nooit een geheim van heeft gemaakt meer concurrentie te willen tussen de Rotterdamse terminals. Hij heeft bij de winnende partij aangedrongen op een verantwoorde en gefaseerde overgang. Wellicht kan ECT daarnaast bogen op een concurrentievoordeel, want het heeft als gevestigde partij lagere lasten dan de nieuwkomer. Dat kan nog helpen bij het aantrek ken van andere rederijen, want Rotterdam World Gateway heeft zich moeten vastleggen op de ‘harde eis’ om minimaal 30 procent van de capaciteit ter beschikking te stellen aan andere dan de vier deelnemende rederijen. Op de totale capaciteit is dat toch nog altijd ongeveer 1,3 miljoen teu.

Verstoring wil Smits dat mogelijke concurrentievoordeel niet noemen. ‘Als je tendert, kunnen de prijzen hoger komen te liggen dan in het verleden. Dat is all in the game, dat weten de deelnemers ook. Prijsverschillen horen nu eenmaal bij het marktmechanisme waarvoor we hebben gekozen.’ Smits wees erop dat de duurzaamheidseisen voor alle terminals op hetzelfde niveau zullen komen te liggen. Daar geldt het uitgangspunt ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Die eisen hebben vooral betrekking op de emissies van de apparatuur en de modal split. Het aandeel van het wegvervoer in de aan- en afvoer van containers moet afnemen van 45 tot 35 procent.

De terminals krijgen wel tot 2030 de tijd om daaraan te voldoen, maar gezien de hoge groei van de containeraanvoer zal dat nog een hele klus zijn.

Frank de Kruif