Staatssecretaris van verkeer Tineke Huizinga, debuterend in Europa, en de andere bewindspersonen uit de 27 EU-landen hebben in Luxemburg drie maritieme politieke akkoorden bereikt. Verbetering van de havenstaatcontrole, zodat voortaan elk schip eens per jaar wordt gekeurd op zeewaardigheid, staat voorop.

De tweede maatregel betreft een verbeterd volg- en informatiesysteem met een netwerk van vluchthavens voor de schepen in nood. Tenslotte ligt er nu een akkoord over de instelling van een Europees onafhankelijk technisch onderzoek naar de oorzaak van grote scheepsongelukken. Doel daarvan is om na een ernstig incident de oorzaken daarvan tussen alle Europese zeevarende naties uit te gaan wisselen om daaruit vervolgens passende lessen te trekken. De overeenstemming over deze drie onderwerpen betreft alleen de Europese ministers. Het Europees Parlement, waarvan de instemming eveneens nodig is, ligt op belangrijke onderdelen nog dwars. Nader overleg moet nog tot compromissen leiden.

Voor Nederland is havenstaatcontrole belangrijk omdat hier de grootste havens van Europa zijn gelegen. Voortaan verschuift de aandacht van de inspecteurs naar de buitenlandse schepen die ervan worden verdacht niet aan de internationale eisen te voldoen. Daartoe wordt een methodiek met een risicoprofiel per schip geïntroduceerd. Tot op heden wordt per jaar ruwweg een kwart van alle buitenlandse schepen gekeurd op zeewaardigheid. Nu wordt het streven alle schepen jaarlijks te inspecteren. Daarbij komt de nadruk te liggen op de verdachte vaartuigen. Nederland verzet zich wegens de kosten en de veiligheid van de inspecteurs (samen met diverse andere landen) er tegen dat zulke inspecties ook volop moeten plaatsvinden op de ankerplaatsen buitengaats, zo maakte Huizinga duidelijk. Het Europees Parlement staat er op dat dergelijke inspecties wél worden geïntroduceerd. De in Luxemburg overeengekomen verbetering van het monitoring en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (regeling 2002/59/EG) juicht staatssecretaris Huizinga toe.

Belangrijk is dat er duidelijkheid komt over de vluchthavens voor schepen in nood. In het verleden zijn er rampen gebeurd omdat de meest nabijgelegen haven(s) uit eigen belang wegens de risico’s een bedreigde tanker een veilige aftocht weigerden. Om dit te voorkomen, krijgt ieder EU-land nu een onafhankelijke autoriteit die in noodsituaties snel besluit wat te doen. Ook hier ligt het Europees Parlement echter dwars. Het parlement dringt (terecht waarschijnlijk) aan op garanties voor de werkelijke onafhankelijkheid van genoemde autoriteit die inzake de vluchthavens risicovolle besluiten moet durven nemen. Verder betekent dit akkoord dat alle zeevarende EUlanden zich aansluiten op het informatiesysteem SafeSeaNet. Tenslotte gingen de ministers akkoord met de introductie in heel Europa van een uniform onafhankelijk technisch onderzoek naar de oorzaak van ernstige scheepsongelukken. Dit wordt een enquête die los staat van strafrechtelijke of civielrechtelijke onderzoekingen, bijvoorbeeld namens een verzekeraar. Doel is om na een ramp de oorzaken op te sporen en vervolgens te delen met alle zeevarende Europese naties. Er komt een EU-databank voor de scheepvaartongevallen. In Nederland wordt de Onderzoeksraad voor Verkeersveiligheid hiermee belast.

Het Derde Maritieme Pakket omvat nog andere ingrijpende wetsvoorstellen. Het gaat om in totaal zeven maatregelen. Enkele jaren geleden stelde de Raad van Europese Regeringsleiders vast dat die ingrepen nodig zijn na de scheepsrampen met de Prestige, de Erika, de Andinet, de Estonia, de Herald of Free Enterprise en de Torrey Canyon.

Maar het verloop van het beraad in Luxemburg leert dat de urgentie hiervan onder de regeringen inmiddels toch wel wat is gedaald. De ministers hebben nu namelijk uit het Derde Maritieme Pakket de minst omstreden onderwerpen opgepikt. De resterende ‘harde kern’ is zó politiek gevoelig dat het beraad daarover tussen de ministers met meer dan een jaar wordt uitgesteld. Pas in de tweede helft van 2008, als Frankrijk EU-voorzitter wordt, keert het Derde Maritieme Pakket in de Europese Ministerraad terug. Noch Portugal, noch Slovenië die eerst nog EU-voorzitter zullen worden, willen hieraan kennelijk hun vingers branden. Intussen zullen de onderhandelaars proberen met het Europees Parlement tot compromissen te komen over de hiervoor genoemde openstaande punten van verschil. Van de resterende kwesties is de voorgestelde betere vlaggenstaatcontrole het meest omstreden.

Dat is eigenlijk opmerkelijk. Want een waterdichte vlaggenstaatcontrole is de beste maatregel om ongelukken te voorkomen. Inzet is hier om de controle op de uitvoering van de verdragen afgesloten in de Internationale Maritieme Organisatie IMO inzake de vlaggenstaatcontrole over te dragen aan Brussel. Voordeel daarvan is dat alle 27 EU-landen dan uniform worden gecontroleerd. Nu blijven diverse landen hier vaak ernstig in gebreke. Maar zowat alle EU-landen, inclusief Nederland, koesteren liever hun soevereiniteit. Zij willen geen vlaggenstaatcontrole vanuit Brussel. Twee andere ‘hete’ onderdelen die naar 2008 zijn verschoven, betreffen de scheepsverzekering en de vereiste hogere bedragen waartegen scheepseigenaren zich moeten verzekeren. Nederland staat twijfelachtig tegenover de voorgestelde aparte Europese aanpak. Den Haag prefereert een mondiale oplossing via de IMO, aldus Huizinga.

Jan Werts