De komst van Panalpina aan de zogeheten eerste linie staat niet op zichzelf maar is een gevolg van de toenemende controle die de grote netwerkagenten op de mondiale luchtvrachtstromen uitoefenen. Afhandelaars als tussenschakel tussen airline en expediteur passen daar niet langer in. De grote volumes en de onderlinge concurrentie tussen de grote tien mondiale expediteurs dwingen hen tot deze stap naar meer controle, snelheid, efficiëntie en kostenbesparingen in de logistieke luchtvrachtketen. De vraag is welke gevolgen deze stap van Panalpina voor Schiphol heeft. In de eerste plaats kan de luchthaven zijn rol als Europese vrachtdraaischijf versterken omdat Panalpina straks een aanzienlijk deel van de goederenstromen van Luxemburg naar Schiphol gaat verleggen. Verder wordt de luchthaven aantrekkelijker voor andere internationale vrachtvervoerders. Vracht trekt vracht. De hele Nederlandse luchtvrachtsector kan daar garen bij spinnen.

Daarnaast zullen ook de andere grote netwerkexpediteurs, zoals K+N en DHL, zich zeker aan het vrachtplatform melden.

Dat zet druk op de rol van de traditionele eerste linie-afhandelaars. Niet alleen raken zij vrachtvolume kwijt – de schattingen schommelen tussen de 30 tot 40 procent – maar ook de daaraan gekoppelde overdrachtkosten. Deze zogeheten terminal charges zijn een vergoeding voor het doorschuiven van de luchtvrachtpallets van het platform naar de vrachtwagen van de expediteur. Daarmee wordt er behoorlijk geknabbeld aan de winsten van deze bedrijven. De afhandelaars zullen zich dan ook de bakens moeten verzetten om te kunnen overleven aan het vrachtplatform.