Echt een mooi ritueel en lekker vertrouwd. Zeker omdat ik zou zweren dat ik elke week dezelfde soapaflevering kijk. Dan vertelt mijn moeder wat er allemaal is gebeurd en wie er nu weer boos is op wie. En denk ik nog steeds dat ik exact hetzelfde de week ervoor ook al had gezien.

Dat gevoel kreeg ik vorige maand ook toen de uitspraak van de Hoge Raad verscheen over de indeling van LFD’s. Voor degene die niet direct weten waar ik het over heb. LFD’s zijn ‘large format informatiedisplays’ die vaak worden gebruikt in openbare ruimten zoals luchthavens of treinstations. Op de LFD’s wordt dan algemene informatie weergegeven zoals reisinformatie. Deze zaak borduurt voort op een discussie die al bijna twintig jaar duurt; namelijk is dit een computerscherm of een videoscherm?

Waarom is dat onderscheid nu relevant? Omdat de invoer van computerapparatuur belast is tegen 0%, terwijl dat van consumentenelektronica zeer hoog belast is. Een computerscherm kan tegen 0% worden ingevoerd, terwijl exact hetzelfde scherm belast is met 14% douanerechten als deze is voorzien van een tv-tuner. Door dat grote verschil in tarief ontstonden steeds meer platte schermen die zowel geschikt waren om te worden gebruikt als computerscherm als voor andere doeleinden. Daardoor werd de vraag of er sprake was van een computerscherm of videoscherm steeds moeilijker te beantwoorden.

Wat volgde was een enorme hoeveelheid rechtszaken over de vraag of de ingevoerde schermen hoofdzakelijk of uitsluitend geschikt waren om te worden gebruik in combinatie met een computer. Steeds opnieuw gesteggel over een net wat ander scherm met net weer wat andere afmetingen met net weer een andere aansluiting en met net weer een wat andere doelgroep. Zonder dat echt duidelijk werd wanneer iets nou een computerscherm was en wanneer niet. Alsof je naar een soap-
aflevering over platte schermen aan het kijken was.

Waarom is deze zaak van de LFD’s nou interessant? In deze zaak had de Nederlandse rechter eindelijk eens een duidelijke beslissing genomen en richting gegeven aan deze discussie: 1. die LFD’s waren zo ontzettend groot dat je ze niet kon gebruiken om op korte afstand mee te werken en 2. degene die de computer bediende was een ander dan de gebruiker van het scherm. Degene die reisinformatie afleest van het scherm op het station is immers een ander dan degene die de informatie in het systeem zet. En dus zei de Nederlandse rechter: dat is niet zoals je normaal met een computer werkt en het is dus geen computerscherm.

Eindelijk een duidelijk antwoord zodat deze soap richting een einde lijkt te gaan.
Of toch niet? Want wat zegt het Hof van Justitie na lang procederen: kijkafstand is zeker van belang, maar er kunnen ook andere factoren meespelen. Dat de gebruiker van het scherm een andere is dan de gebruiker van de computer, is niet relevant. Want nergens uit de wet blijkt dat deze criteria doorslaggevend zijn.

Maar dat is nu net het probleem, want nergens in de wet staat wat dan wel het doorslaggevend criterium is en wat dan wel computergebruik is. Hebben we eindelijk een rechter die een standpunt durft in te nemen, wordt die teruggefloten moet hij zijn huiswerk opnieuw doen. Lijkt me nou niet bepaald een uitnodiging om het nog een keer te proberen.