De piloten, ooit in dienst getreden bij Martinair, claimden allereerst dat zij op grond van de Wet overgang van onderneming in 2014 in dienst waren getreden bij KLM. Subsidiair meenden zij dat het zogenoemde Ringvaart-akkoord (RVA) op hen van toepassing moest blijven. Dat akkoord bepaalde dat KLM hen een aanbod tot indiensttreding moest doen, zij het met behoud van slechts beperkte dienstjaren.

Het hof oordeelt dat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden. Het hof wijst ook de subsidiaire vordering af, omdat het RVA destijds geldig is opgezegd. Ten slotte is KLM ook niet op grond van het goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) verplicht de Martinair-piloten in dienst te nemen. De piloten hebben destijds de gelegenheid gehad in te stemmen met de opvolger van het RVA, het Steigenberger-akkoord (SBA), maar dat hebben zij niet tijdig gedaan.

Verliesgevend

De piloten zijn als vrachtvlieger in dienst geweest van Martinair. Vanwege de verliesgevende situatie bij Martinair zijn onderdelen van Martinair geïntegreerd in KLM. In dat kader is in 2011 het RVA gesloten door Martinair, KLM en VNV.

Daarin is afgesproken dat alle Martinair-piloten in de gelegenheid zouden worden gesteld uiterlijk 1 januari 2014 in dienst te treden van KLM. Dit akkoord is door VNV opgezegd tegen 31 december 2013. KLM heeft de vliegers vervolgens geen arbeidsovereenkomst aangeboden.

Op 2 december 2013 hebben KLM, Martinair en VNV een nieuw akkoord gesloten, het SBA. De Martinair-afdeling van de ledenraad van de VNV stemde echter niet in met dit akkoord en het is niet in werking getreden.

De vliegers stellen dat sprake is van overgang van onderneming van Martinair naar KLM danwel dat KLM in strijd handelt met de normen van art. 7:611 BW en/of art. 6:162 BW door hen niet alsnog een arbeidsovereenkomst aan te bieden.

Afgewezen

De rechtbank heeft de vorderingen van de vliegers afgewezen. Zij hebben hoger beroep aangetekend. Het hof overweegt dat Martinair Cargo (MAC) zich richt op het vrachtvervoer door de lucht en daarmee is te beschouwen als een kapitaalintensieve onderneming.

Relevant is dan dat de vliegtuigen waarmee het vrachtverkeer plaatsvond, niet aan KLM zijn overgedragen. Het vrachtvervoer is de hoofdactiviteit van MAC en juist de vrachtvliegers zijn als enige bij MAC in dienst gebleven. Ook dat duidt niet op overgang van onderneming.

Verder zijn de landingsrechten bij MAC achtergebleven, is KLM geen vervoer van grote vrachten gaan doen en kunnen klanten nog steeds zakendoen met MAC als zelfstandig bedrijf. Ondersteunende taken, zoals sleepdiensten en onderhoud, zijn wel geïntegreerd in KLM, maar dat op zich maakt niet dat sprake is geweest van overgang van onderneming. Met betrekking tot het RVA geldt dat is overeengekomen dat het opgezegd mocht worden als werknemers van Martinair een beroep zouden doen op overgang van onderneming.

Het beroep op goed werkgeverschap en/of onrechtmatige daad slaagt ook niet. Weliswaar heeft KLM nieuwe vliegers in dienst genomen en heeft zij een aantal vliegers van MAC afgewezen, maar dit is niet onrechtmatig of in strijd met art. 7:611 BW, nu KLM, Martinair en VNV een alternatief hebben geboden, namelijk het SBA. De leden van de VNV, waaronder eisers in deze procedure, hebben daarmee echter niet tijdig ingestemd.