Koolmees noemt het ‘teleurstellend dat we na twee jaar niet voor elkaar krijgen wat we hadden gehoopt’. Er waren erg veel bezwaren tegen het voorstel, vooral over de administratieve lasten die zo’n minimumtarief met zich mee zou brengen. Maar ook de effectiviteit en de handhaafbaarheid van het voorstel werden in twijfel getrokken, zo blijkt uit de reacties van belangenverenigingen en adviescolleges.

Zelf worstelt het kabinet ermee vast te stellen welke uren precies moeten worden meegerekend. ‘Deze regels moeten gelden voor een grote diversiteit aan opdrachten’, schrijft Koolmees aan de Tweede Kamer. ‘Het is helaas niet mogelijk gebleken om hier eenvoudig toepasbare regels voor te bedenken.’

Lage tarieven tegengaan

Het kabinet zoekt naar een andere manier om te lage tarieven tegen te gaan. Daarvoor kijkt Koolmees ook naar de polder: ‘Het kabinet volgt met interesse initiatieven van sociale partners en andere partijen om afspraken voor zelfstandigen vast te leggen’.

Ook de zelfstandigenverklaring is van de baan. Deze zou juist gelden voor de ‘bovenkant van de markt’: zelfstandigen die minimaal 75 euro per uur vragen. Bij opdrachten voor langer dan een jaar geeft zo’n verklaring opdrachtgever en ondernemer meer zekerheid.