De rest van mijn column laat ik graag aan William Shakespeare, nauwkeuriger gezegd diens ‘Sonnet 25’:

Let those who are in favour with their stars
Of public honour and proud titles boast,
Whilst I, whom fortune of such triumph bars,
Unlook’d for joy in that I honour most.
Great prince’s favourites their fair leaves spread
But as the marigold at the sun’s eye,
And in themselves their pride lies buried,
For at a frown they in their glory die.
The painful warrior famoused for fight,
After a thousand victories once foil’d,
Is from the book of honour razed quite,
And all the rest forgot for which he toil’d:
Then happy I, that love and am beloved
Where I may not remove nor be removed.

Voor wie het Engels niet machtig is, en dat geldt voor veruit de meeste Nederlanders, geef ik maar een paar kleine aanwijzingen ter vertaling. De rest moet men zelf doen. Een marigold is wat we in het Nederlands een ‘goudsbloem’ noemen, een aardig bloempje dat, mogen we Shakespeare geloven, ‘at the sun’s eye’ verdort.

Met ‘the painful warrior’ hebben we never boring Boris te pakken. Shakespeare was geen Nostradamus. Zijn toneelstukken en gedichten zijn eerder invuloefeningen voor hoe het nu eenmaal altijd gaat. Goed, prettige Brexit, pardon: vakantie, gewenst.