De afloop is bekend. Na massaal verzet sneuvelde het beleidsvoornemen, dat volgens Rutte toch van cruciaal belang was voor het Nederlandse vestigingsklimaat.

Een dergelijk scenario zou zich wel eens af kunnen gaan spelen rond het toekomstige klimaatbeleid. Dat moet ervoor gaan zorgen dat we in 2030 nog maar de helft van de huidige hoeveelheid CO2 uitstoten en in 2050 nog maar 10%. Maanden van overleg aan allerlei klimaattafels leverde een waslijst op van niet minder dan 600 voorstellen voor maatregelen, waarmee die verregaande doelstelling gehaald zou moeten worden.

Publieke opinie

Maar net als bij de presentatie van het regeerakkoord keert een belangrijk deel van de publieke opinie zich tegen een specifiek onderdeel. Het grote bedrijfsleven, de kolencentrales, de raffinaderijen, chemieproducenten, lijken de dans te ontspringen omdat er in de huidige plannen geen heffing komt op de uitstoot van CO2. In plaats daarvan zou er een bonus-malus-regeling moeten komen. Bedrijven die zich maximaal inspannen, worden beloond, achterblijvers bestraft, is het idee.

Sommige critici zien daar niets in. Ze denken dat die aanpak niet te controleren valt en een nieuw lobbycircus oplevert. Intussen lijkt een belangrijk deel van het electoraat zich tegen het idee van een CO2-subsidie aan het bedrijfsleven te keren. Waarom moet ik investeren in een kostbaar warmtepompsysteem en krijgt de industrie subsidie, vragen veel huizenbezitters zich af.

De steun voor het principe ‘De vervuiler betaalt’ lijkt snel toe te nemen. Anders gezegd: met een CO2-heffing voor het bedrijfsleven worden de lasten eerlijker verdeeld. GroenLinks-leider Jesse Klaver ziet zijn kans schoon en heeft alvast een initiatief-wetsvoorstel van die strekking ingediend.

Buitenlandse concurrentie

Het is begrijpelijk dat de Rotterdamse ondernemersvereniging Deltalinqs ‘niet voor’ een CO2-heffing is, zoals voorzitter Steven Lak het formuleert. Hij denkt dat de bonus-malus-aanpak uiteindelijk effectiever is. Op de achtergrond speelt ongetwijfeld de overweging mee dat een Nederlandse CO2-heffing de Rotterdamse havenindustrie op achterstand zet ten opzichte van de buitenlandse concurrentie. Maar dat argument is er door het debacle rond de dividendbelasting niet sterker op geworden. Zelfs Rutte, die het belang ervan voor het Nederlandse ondernemingsklimaat toch ‘tot in zijn vezels’ voelde, rept er met geen woord meer over.

Een aantal landen om ons heen kent al een vorm van CO2-heffing voor het bedrijfsleven. Het bekendste voorbeeld is Zweden, met een forse heffing op de energiesector. Maar ook dichter bij huis moeten de centrales in het Verenigd Koninkrijk al jarenlang zo’n heffing afdragen. Helemaal alleen zou Nederland dus niet staan als die heffing er toch komt.

Een strijdlustige Klaver heeft al voorspeld dat die binnen een paar jaar een feit is en zelfs Rutte sluit een CO2-heffing niet meer uit. Misschien is het dus wel verstandig om de lobby te richten op het creëren van draagvlak voor zo’n heffing in omliggende landen, België en Duitsland voorop, in plaats van te pogen die tegen te houden. Ook zo zou het speelveld voor de Rotterdamse bedrijven gelijkgetrokken kunnen worden.