De bijeenkomst van de IMO is beladen. In de aanloop er naartoe zijn verschillende rapporten die claimen dat de IMO met name in het klimaatdebat te veel wordt beïnvloed door het maritieme bedrijfsleven.

Zo publiceerde Transparency International vorige week tijdens de bijeenkomst van een werkgroep die de mogelijkheden om de uitstoot te verminderen heeft onderzocht, een rapport die het bestuur van de organisatie in twijfel trekt. Zo stelt de ngo dat er te weinig inzicht is in hoe vertegenwoordigers van lidstaten en voorzitters voor bepaalde commissies en werkgroepen gekozen worden, en dat er een gebrek aan publieke verantwoording is omdat journalisten verboden wordt sprekers op plenaire bijeenkomsten bij naam te noemen zonder hun expliciete goedkeuring.

De bevindingen van de werkgroep vormen deze week een belangrijk uitgangspunt voor het opstellen van de daadwerkelijke klimaatstrategie die de IMO gaat voeren. De beleidsmaker zal met een strategie moeten komen die ambitieus genoeg is om critici tevreden te stellen, maar tegelijkertijd ook de minder hervormingsgezinde lidstaten aan boord houdt. Volgens de ngo Influence Map trapt met name Japan erg actief op de rem. Japan heeft het meeste aantal schepen onder Panamese vlag, en Panama is als voornaamste ‘flag of convenience’ de grootste financiële bijdrager binnen de IMO die lidstaten contributie laat betalen naar onder meer gelang van het geregistreerde tonnage.

De Marshall Eilanden, Duitsland, Frankrijk, België en Zweden leiden volgens InfluenceMap de roep om ambitieus klimaatbeleid, terwijl Japan, China, Brazilië en Zuid-Korea juist oppositie voeren.