‘Grote delen van de Noordzee worden de komende jaren gereserveerd voor offshore windparken. Het overheidsbeleid, de structuur van de markt en toekomstverwachtingen bieden dus grote kansen’, aldus Gerben Hieminga, ING sector economist Energy Markets.

Een van de concerns die daarvan profiteren is de Belgische Jan De Nul Groep. ‘De offshore windsector is duidelijk een van de sectoren die goed presteert en waar groei in zit,’ zegt Carl Heiremans, business development manager Offshore Division bij Jan De Nul Group. ‘Zeker als we het vergelijken met de traditionele sectoren waarin wij actief zijn, zoals baggeren, waterinfrastructuur, waterwegen en olie en gas’, .

Heiremans krijgt bijval van Robert de Bruin, director Markets en Communication bij de Nederlandse waterbouwer Van Oord. ‘De markt voor offshore wind is hard doorgegroeid. Onze order-intake is daar een bevestiging van. Dat blijkt ook uit het aantal prospects waar we mee bezig zijn.’

Volwassen

‘In algemene zin kun je zeggen dat de vier grote baggeraars – Boskalis, DEME, Jan De Nul en Van Oord – hun marktdominantie in die sector hebben gekopieerd naar de Europese windmarkt’, stelt analist Tijs Hollestelle van ING.

De markt voor offshore wind is inmiddels volwassen geworden, zo stellen de betrokkenen. Dat betekent voor de bedrijven twee dingen: dat hun trackrecord en prestaties onder een vergrootglas liggen en dat de concurrentie hevig is, met bijbehorende druk op prijzen en marges als gevolg. ‘Voor de offshore windmarkt is een goede trackrecord van belang, want het zijn heel complexe projecten’, zegt De Bruin daarover. ‘Klanten hebben belang bij partijen die gewend zijn om offshore te werken, die de logistiek goed kunnen organiseren en aan de kenniskant vanaf het ontwerp, de inkoop en de bouw over de juiste vaardigheden en competenties beschikken. Daarnaast is het belangrijk dat je over het juiste materieel beschikt.’

Tekst gaat verder onder de foto.

Crossing van de exportkabel Hollandse Kust bij de Maasgeul. Van Oord
Crossing van de exportkabel Hollandse Kust bij de Maasgeul.

Consolidatie

Dat is niet voor elk bedrijf weggelegd, waardoor er consolidatie heeft plaatsgehad. ‘Kleinere spelers hebben hun offshore-divisies vrijwel allemaal verkocht aan een van de baggeraars’, aldus Hollestelle. Ter illustratie: Van Oord heeft intussen Ballast Nedam Offshore (2014), de offshore wind-activiteiten van Bilfinger Marine & Offshore (2016) en MPI Offshore (2018) overgenomen. ‘Veel pioniers hebben moeten opgeven. Kleine bedrijven kunnen niet om de zoveel jaar honderden miljoenen investeren in nieuwe schepen’, verklaart Heiremans.

De handvol bedrijven die meekunnen in de eindstrijd voor de grote windmolenprojecten op zee, hebben stuk voor stuk fors ingezet op zo efficiënt mogelijk produceren en zo is het intussen gelukt windparken zonder subsidie aan te leggen. Heiremans: ‘Je moet een enorme efficiëntie hebben om er geld aan te kunnen verdienen. Je moet de plaatsing van turbines zien als lopende bandwerk, compleet met een strakke timing en voor elke klus een time slot.’

‘Het is helder dat meerdere partijen een aandeel in de groei van de sector willen hebben’, zegt De Bruin. ‘Het is geen vanzelfsprekendheid dat je marktleider in die sector kunt blijven. Daarvoor moet je continu nieuwe investeringen doen en blijvend inzetten op innovaties en kostenreductie. En bij Van Oord doen we dat.’

Stabiele inkomsten

In de pas lopen met de offshore windsector is een uitdaging op zichzelf, omdat de technologische ontwikkelingen elkaar in een hoog tempo opvolgen en het groeitempo lastig is bij te benen. Ook het karakter van de offshore windmarkt stelt bedrijven voor een dilemma. ‘Er zijn eigenlijk alleen grote projecten, soms zelfs gelijktijdig’, zegt Hollestelle. ’Maar je kunt als bedrijf natuurlijk niet tien installatieschepen tegelijk bestellen of elke twee jaar een nieuwe. Dat is te kostbaar.’

Dat is ook een dilemma waar men bij Jan De Nul voor stond. ‘Bouw je het schip te groot, dan is het te duur om vandaag de dag competitief te zijn. Bouw je te klein, dan vlieg je te snel uit de markt’, aldus Heiremans. ‘Op onze nieuwe installatieschepen, waaronder de ‘Voltaire’ en de ‘Les Alizés’, zit daarom bewust wat rek. Deze keer hebben we wat verder vooruit gekeken, omdat we denken dat dit echt nodig zal zijn.’

Het boom & bust-karakter van de sector verklaart mogelijk ook, waarom veel bedrijven ervoor kiezen om in segmenten van de offshore wind te investeren die stabiele inkomsten genereren, zoals het kabelleggen. ‘We zijn blijven investeren in dat segment. Zo hebben we het afgelopen jaar extra investeringen in trenchers gedaan. Ook de recente opdracht voor een nieuwe en groene kabellegger is daar onderdeel van’, zegt De Bruin.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het jack-up installatieschip ‘Vole au vent 2’ van Jan De Nul
Het jack-up installatieschip ‘Vole au vent 2’ van Jan De Nul.

Stap voorwaarts

Door Jan De Nul werd afgelopen december het constructie- en kabellegschip ‘Connector’ van de Noorse reder Ocean Yield overgenomen. ‘Ook dat is een stap voorwaarts in de sector. Voor die kabellegschepen hebben we in de loop van de jaren ook een reeks aan trenching-machines gebouwd, om alle soorten ondergrond en waterdieptes aan te kunnen’, zo belicht Heiremans.

Daarnaast profiteren de bedrijven in de offshore windsector van de werkzaamheden die vaak onderbelicht blijven, zoals bodemonderzoek voor de monopiles en jackets, trenching-assistentie, klussen voor ROV’s en duikers en onderhoud. Dat ziet ook Hollestelle. ‘Over de hele breedte genomen, is er natuurlijk wel een grote sector bij gekomen waar mensen minder oog voor hebben, maar waarvoor al die kleinere schepen her en der kunnen worden ingezet. Dat zijn prettige activiteiten om ernaast te hebben.’

Core business

Kan de offshore windsector zich daarmee opwerken tot corebusiness voor bedrijven als Boskalis, Van Oord, Jan De Nul en DEME? Dat gaat wat ver, al was het alleen maar omdat het binnenhalen van een groot project een vertekend beeld van het aandeel in de omzet geeft. ‘Je kunt stellen dat offshore wind zal groeien van een aandeel van ongeveer 30% tot zo’n 40 of op momenten zelfs 50%. Daarmee kun je stellen dat in vijftien jaar tijd – Van Oord startte met Mammoet al in 2002 – de offshore windmarkt tot de kernactiviteiten hoort’, zegt de Bruin.

‘DEME heeft de omslag naar offshore wind zo’n tien jaar geleden gemaakt en het is inmiddels al jaren een deel van onze core business. De omzet in offshore wind bedraagt vandaag al meer dan 40%’, verklaart een woordvoerder.

‘Gezien de vooruitzichten en plannen voor meer windparken in nieuwe markten, verwachten wij dat het aandeel van offshore wind in onze omzet nog zal toenemen’, laat de zegsvrouw van Heerema Marine Contractors weten.

‘Moet offshore wind onze core business worden? Niet noodzakelijk. We kunnen nu niet inschatten waar de baggermarkt over tien jaar staat. Net zoals we tien jaar geleden niet hadden kunnen bevroeden waar de offshore windmarkt nu staat’, besluit Heiremans.