Het kunstmatige eiland, dat in de beginfase een oppervlakte van achttien hectare krijgt, wordt gekoppeld aan honderden offshore windturbines. Daarmee moet behalve stroom voor huishoudens ook elektriciteit worden opgewekt voor de productie van waterstof voor onder meer de scheepvaart, luchtvaart, industrie en het wegvervoer.

Thuisbasis

Energieminister  Dan Jorgensen sprak van ‘een geweldig moment voor Denemarken en voor de wereldwijde groene transitie’. Het Scandinavische land, thuisbasis van windturbinefabrikant Vestas en ontwikkelaar van offshore windmolenparken als Orsted, was al een van de eerste landen ter wereld die op grote schaal in onshore als offshore windenergie investeerde en bouwde dertig jaar geleden ’s werelds eerste offshore windpark.

De Deense aankondiging komt vlak na de bekendmaking door de Europese Unie van plannen om het elektriciteitssysteem binnen een decennium zo te transformeren dat het grotendeels gevoed wordt met hernieuwbare energie. Ook moet de capaciteit van stroomproductie op zee tegen 2050 met een factor 25 te vergroot zijn.

Dertig miljard euro

Het energie-eiland gaat naar verwachting een kleine dertig miljard euro kosten. Het moet het land helpen om zijn doelstelling van 70% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 te realiseren. Het eiland komt tachtig kilometer uit de westkust van Denemarken komt en krijgt een initiële capaciteit van die gigawatt dat rond 2033 beschikbaar moet zijn.