Zo schreef de bekende Britse olie-analist Nicholas Green van het bureau Bernstein recentelijk: ‘Offshore boren is structureel beschadigd en herstel is niet ophanden’. Volgens hem kan de huidige crisis echter wel een blessing in disguise blijken te zijn als die leidt tot een sanering, waarbij de zwakke broeders het toneel verlaten.

Diepzeeboorplatforms

Volgens Bloomberg zijn reuzen als Transocean, ’s werelds grootste eigenaar van diepzeeboorplatforms, Seadrill en Pacific Drilling in gesprek met de banken over schuldsanering om wanbetaling voor te zijn. De inzet is het afschrijven meer dan dertig miljard dollar aan schulden. Intussen zijn de eerste slachtoffers al gevallen. Noble Corporation en Diamond Offshore Drilling hebben beide uitstel van betaling (Chapter 11) en het Britse Valaris heeft gewaarschuwd dat faillissement dreigt.

De bedrijven lijden enorme verliezen als gevolg van de implosie van de olieprijs in maart, die toen zelfs even negatief werd. Inmiddels heeft de prijs zich wel wat hersteld, maar het huidige niveau van ruim veertig dollar per vat (Brent) ligt voor de meeste installaties onder het break-even niveau.

Analyse

S&P Global Ratings-analist Christine Besset heeft een simpele analyse: ‘Er is gewoon te veel capaciteit op de markt ten opzichte van de huidige vraag en wat er nog aan projecten in de pijplijn zit. We gaan zeer waarschijnlijk meer schuldherstructureringen bij offshore boorbedrijven zien’.

Volgens Evercore ISI Research, dat investeerders adviseert, is de daghuur van een groot boorschip ten opzichte van vorig jaar ruwweg gehalveerd tot rond de 300.000 dollar. In sommige gevallen betalen grote spelers als Exxon en Murphy Oil ‘slechts’ 200.000 dollar per dag.

Volgens het bureau is het aantal booreenheden voor diep water ten opzichte van het piekjaar 2014 met een derde gedaald tot 221 stuks nu. Alleen al Transocean heeft vijftig boorplatforms laten slopen.