Het offshore windpark Hollandse Kust Noord moet over drie jaar al in bedrijf komen en krijgt een vermogen van 759 MW, genoeg voor de levering van minimaal 3,3 miljard kilowattuur aan stroom per jaar. Het komt op zo’n twintig kilometer voor de kust van Noord-Holland ter hoogte van Egmond aan Zee. Het park krijgt 69 windturbines van Siemens Gamesa (type SG 11.0-200 DD) met een vermogen van elf megawatt en een rotordiameter van 200 meter.

CrossWind heeft van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de voorkeur gekregen boven in elk geval het Deense Ørsted. Dat neemt dit jaar al het windpark Borssele 1&2 voor de Zeeuwse kust in gebruik. Of er meer gegadigden in de race waren, is niet helemaal duidelijk.

Waterstoffabriekje

EZK heeft bij de toekenning onder andere gekeken naar het innovatieve gehalte van de biedingen. Die van Shell en Eneco omvat onder meer de bouw van een waterstoffabriekje door Shell, dat aan het park wordt gekoppeld. Ook komt er een drijvend zonnepark en wordt er geëxperimenteerd met stroomopslag in accu’s.

Van Oord is verantwoordelijk voor de engineering, inkoop, bouw en installatie van de funderingen, de verbindingskabels en het transport en de installatie van de windturbines. De aannemer zet daarvoor drie installatieschepen in, de ‘Aeolus’, de ‘MPI Adventure’ en de ‘MPI Resolutio’, en de kabellegger ‘Nexus’. De elektriciteitskabel naar land en het ‘stopcontact’ op zee worden door netbeheerder TenneT aangelegd.

Opluchting

In het bericht van EZK kinkt enige opluchting door dat het gelukt is om het volgende 750 MW-park te vergunnen, op een moment dat stroomproducenten terughoudender worden met investeringen in offshore windparken. Het Zweedse Vattenfall en het het Duitse RWE hebben geen bieding uitgebracht vanwege de grote onzekerheden op de energiemarkt.

Met ministerie wijst op de bijdrage die het park levert aan het behalen van het doel voor windenergie op zee uit het Energieakkoord, ‘dat naar verwachting binnen budget en planning wordt behaald’. In de loop van dit jaar stijgt het Nederlandse productievermogen op zee van 1 tot 2,5 gigawatt en volgend jaar tot 4,7 gigawatt. In 2030 moet het elf gigawatt zijn, ongeveer 40% van het landelijke stroomverbruik.