De rechtbank ziet evenmin een oorzakelijk verband tussen de dood van het bemanningslid en de arbeidsomstandigheden.

Kust van Denemarken

Het ongeluk deed zich voor op 17 maart 2017 in een zogenoemde sleephopperzuiger voor de kust van Denemarken. Twee werknemers waren bezig met laswerkzaamheden in de laadpijp, waarmee zand en grind van de zeebodem wordt gezogen.

De kapitein op de brug van het schip wist niet dat ze daar bezig waren en besloot de waterpomp aan te zetten om meer zeewater het ruim in te pompen, waardoor water door de laadpijp begon te stromen. Een van de bemanningsleden werd door het water meegetrokken het ruim in en kwam om het leven. De andere matroos kon zich in de laadpijp vasthouden en overleefde het incident.

Het Openbaar Ministerie (OM) had tegen de kapitein een taakstraf van 120 uur geëist, waarvan de helft voorwaardelijk. Ook zouden de werkgever van het slachtoffer en de eigenaar van het schip beiden een boete van 50.000 euro moeten betalen, waarvan de helft voorwaardelijk.

Onvoldoende instructies

Het OM verwijt hen het onvoldoende geven van instructies over de veiligheidsrisico’s die gepaard gingen met het verrichten van laswerkzaamheden. Ook het toezicht op naleving van de regels was volgens de officier onvoldoende.

De twee bemanningsleden die betrokken waren bij het ongeluk voeren op een zogenaamde sleephopperzuiger. Dat is een schip waarmee zand en grind van de zeebodem worden gezogen wat vervolgens aan boord wordt opgeslagen. Door het zand en grind dat het schip opzuigt, ondervindt de laadpijp van het schip veel slijtage. Hierdoor zijn bijna dagelijks laswerkzaamheden in de laadpijp noodzakelijk.

De twee mannen die bij het ongeluk betrokken waren, waren nagenoeg uitsluitend belast met lassen. De omgekomen lasser was sinds al langere tijd werkzaam op het schip, de gewonde matroos slechts een paar dagen. De voorlichting over de risico’s van het werk was maar zeer beperkt. Zo had de nieuwe matroos alleen algemene instructies gekregen over de veiligheid aan boord, geen instructies over het lassen of het werk aan boord. Op 17 maart gingen de twee matrozen in de laadpijp aan het werk. Ze hadden geen toestemming aangevraagd om in de laadpijp te werken. Aan boord van het schip was dat wel vereist. Echter, al jaren werd op het hanteren van de voorgeschreven werkwijze niet toegezien. De matrozen hadden ook geen portofoons bij zich.

Niet geïnformeerd

Op de brug, waar de aanwezigheid van bemanningsleden in de laadpijp, niet of nauwelijks zichtbaar is, was kapitein daardoor niet geïnformeerd over hun werkzaamheden.  Om 17.35 uur werd op de brug de waterpomp aangezet, waardoor water door de laadpijp begon te stromen. Na enkele seconden stroomde één van de bemanningsleden met het water dat door de laadpijp werd gepompt het ruim in en kwam vermoedelijk om het leven door verdrinking. De andere matroos kon zich in de laadpijp vasthouden en mede door zijn lasmasker overleefde hij dit ongeval.

De rechtbank stelt dat niet is gebleken dat er onvoldoende toezicht was op de naleving van instructies en voorschriften aan boord of dat er onvoldoende voor een veilige werkplek is gezorgd.