Waar de trein vanuit de Randstad eindigt en de boot naar Breskens begint, verrijst vlak bij de Westerschelde de onderhoudsbasis van Ørsted. Het gesprek met Steven Engels, de 38-jarige Vlaamse directeur van Ørsted Nederland, vindt plaats op een steenworp afstand, nog in een tijdelijke behuizing.

Engels: ‘Vanuit hier varen eind volgend najaar, als Borssele 1 en 2 in bedrijf zijn, dagelijks schepen met onderhoudstechnici naar de turbines voor werkzaamheden. Bij storingen zullen we met een helikopter vanaf Vliegveld Midden-Zeeland naar de turbines vliegen waar de monteurs dan met een kabel naar de molens afdalen.’

We praten over de vlucht die windenergie op zee heeft genomen. In 2013 ging het kabinet uit van de plaatsing van 3500 megawatt tot 2023. Inmiddels komt er tot 2030 nog eens 7000 megawatt bij.

‘Windenergie draait op subsidie’

‘Na het sluiten van het Energieakkoord in 2013 tussen de overheid en 46 andere partijen. uit onder meer de energiesector, de visserij en de milieusector, spraken critici smalend dat windenergie niet op wind draaide, maar op subsidie’, vertelt Engels.

‘Die tijd is voorbij. In 2013 verwachtte het kabinet nog dat de kostprijs voor een kilowattuur windenergie pas na 2020 onder de 10 cent zou komen. Dit was bij de gunning van Borssele 1 en 2 in juli 2016 al achterhaald. Wij kregen de concessie op basis van een prijs per kilowattuur van 7,27 cent. Een half jaar later, bij de gunning van Borssele 3 en 4, was dat al gezakt naar 5,45 cent, een daling van 25%. Windenergie wordt steeds goedkoper, onder meer door de toenemende opbrengst per turbine. Wij plaatsen op Borssele 1 en 2 turbines van 8 megawatt per stuk. Op de Maasvlakte staat nu zelfs een prototype van 12 megawatt.’

Het Energieakkoord betekende voor de producenten van windenergie dat de Nederlandse staat de uitbouw van wind op zee van een tijdsplanning voorzag. Engels: ‘Hierdoor werd voor ons investeren in windenergie in Nederland aantrekkelijker. Dan maakt het niet meer zoveel uit als we bij een volgende concessieverlening een keer buiten de boot vallen. We maken altijd weer een kans bij een volgend park.’

Drukker op de Noordzee

Borssele 1 en 2 zijn de eerste van vijf grote parken die in Nederland worden aangelegd. Verder zijn dat Hollandse Kust Zuid, Noord en West. Op langere termijn volgt nog IJmuiden Ver. Het wordt hierdoor wel drukker op zee. Zeker als de diverse gebruikers van de ruimte op zee dikwijls tegenstrijdige belangen blijken te hebben. Want vissers mogen binnen een windpark geen sleepnetten uitwerpen die de zeebodem omwoelen, omdat dit de kabels tussen de turbines kan beschadigen.

Daarom werd er naar goed Nederlands gebruik gepolderd tussen alle betrokken partijen onder leiding van oud-PvdA-politicus Jacques Wallage. Het leidde tot een akkoord met de suggestie om eventueel enkele al aangewezen gebieden voor windparken te verplaatsen naar boven de Waddeneilanden. Maar dat stuit weer op bezwaren van Defensie, dat in dat gebied samen met andere Navo-luchtmachten oefent.

‘Het is inderdaad druk op de Noordzee’, erkent Engels. ‘Maar de Exclusieve Economische Zone van Nederland strekt zich bijna helemaal uit tot de Doggersbank. Er is dus een groot gebied waarin we nieuwe windparken op zee kunnen inpassen, natuurgebieden kunnen aanwijzen en tegelijkertijd ruimte kunnen behouden voor sectoren als de visserij. We zullen dan wel slim moeten omgaan met de ruimte die er is.’

Arbeidsmarkt

Van ruimte op de Noordzee naar krapte op de Zeeuwse arbeidsmarkt. Kan Ørsted makkelijk aan nieuwe medewerkers komen voor de onderhoudsbasis in Vlissingen? Engels: ‘De werving van personeel draait op volle toeren. Tot nu toe kunnen we nog aan voldoende mensen komen. Of dat zo blijft op de Zeeuwse arbeidsmarkt, die nu al heel krap is, zal moeten blijken.’

‘Ons voordeel is dat wij actief zijn in een sector van de toekomst. Als je bij ons een baan krijgt dan ben je waarschijnlijk voor vele tientallen jaren van werk verzekerd. Natuurlijk, de concurrentie in onze branche neemt toe. Wij waren een van de eerste met wind op zee. Er komen nu grote concurrenten bij als Shell en Total. Maar gezien de groei van wind op zee wordt de te verdelen koek ook steeds groter. Dat biedt goede toekomstperspectieven, ook voor Ørsted.’

Dong werd Ørsted

Ørsted werd in 1972 door de Deense staat opgericht als Dong (Dansk Olie og Naturgas) om olie en gas uit de Noordzee te winnen. Twee jaar geleden werden de olie- en gasactiviteiten voor ruim 1 miljard dollar verkocht aan het Britse chemieconcern Ineos en richtte het bedrijf zich op windenergie. Hierbij paste ook een naamsverandering bij. De naam Ørsted verwijst naar de Deense wetenschapper Hans Christian Ørsted (1777-1851), de ontdekker van het elektromagnetisme.

Ørsted is marktleider in windenergie met een marktaandeel van 25%. Het bedrijf exploiteert windparken op zee in Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Taiwan en de VS. Het wil volgend jaar in Europa 6,5 GW aan windenergie produceren, dat is de jaarlijkse elektriciteitsconsumptie van zestien miljoen Europeanen.

Op de Noordzee voor Midden-Engeland bouwt Ørsted het grootste windpark ter wereld Hornsea: 174 windmolens met een capaciteit van 1218 Megawatt. Voor de aanleg van Borssele 1 en 2 (met 94 turbines en een vermogen van 752 Megawatt) werkt Ørsted samen met Deme voor de funderingen en Van Oord voor de elektriciteitskabels. In hetzelfde gebied legt Blauwwind (een combinatie van Shell, Van Oord, Mitsubishi/DGE en het Zwitserse Partners Group) Borsele 3 en 4 aan.

De windparken verrijzen 23 kilometer uit de kust, naast al bestaande Belgische parken. Via een inplug offshore substation (een reusachtig ‘stopcontact’ op zee) wordt de opgewekte stroom straks via een ruim vijftig kilometer lange kabel naar Borssele vervoerd voor aansluiting op het landelijke net.