De eerste tien exemplaren zijn bestemd voor het offshore windpark Skipjack van 120 megawatt voor de kust van Maryland, waarvan de bouw naar verwachting in 2022 kan beginnen. Daarna volgt het veel grotere Ocean Wind-project van 1100 megawatt nabij New Jersey, naar verwachting vanaf 2024. Daarbij zou het dus om ruim negentig windturbines moeten gaan.

Meer vermogen

GE Renewable Energy Offshore Wind werkt nog volop aan de ontwikkeling van de Haliade-X12, die zo’n 35% meer vermogen zou moeten leveren dan de grootste types van MHI Vestas en Siemens Gamesa die nu op de markt zijn. Op dit moment wordt het eerste prototype op de terminal van Sif op de Maasvlakte geïnstalleerd. Het bedrijf zegt volgend jaar al type-goedkeuring te verwachten en denkt dat de eerste exemplaren vanaf 2021 geleverd kunnen worden.

De enorme turbines krijgten rotorbladen met een lengte van 107 meter, die een hoogste punt van ongeveer 260 meter boven het water bereiken. Ze bestrijken een rotorveld van 38.000 vierkante meter, wat overeenkomt met ongeveer vijf voetbalvelden.

Inhaalrace

Offshore wind staat nog in de kinderschoenen in de VS, maar de Amerikanen lijken een inhaalrace in te zetten. Zeven Amerikaanse staten werken aan plannen, die in 2025 goed moeten zijn voor een vermogen van twintig gigawatt. Het eerste project, Vineyard Wind voor de kust van Massachusetts, heeft echter forse vertraging opgelopen omdat er voorlopig geen vergunning wordt afgegeven omdat het project een bedreiging zou vormen voor een zeldzame walvissoort, de noordkaper.

Desondanks heeft Ørsted al concessies op zak voor de bouw van nog eens zes windparken in de staten Maryland, New Jersey, Rhode Island, New York en Connecticut. De vertraging van het Vineyard-project is een tegenvaller voor Sif en Heerema. De eerste heeft opdracht voor de levering van de funderingspalen, de tweede voor de installatie daarvan.