Hij weegt 713 ton en zijn bladen meten 107 meter, maar daarmee produceert de nieuwe windmolen van General Electrics (GE) een ongelooflijke 20% meer elektriciteit dan de grootste windmolens die nu voor de kust worden gevonden. Het prototype van GE’s Haliade-X-windturbine kan maar liefst 12 megawatt produceren, wat een enorme stap vooruit is ten opzichte van de 9,5 megawatt van de huidige kanjers.

Een Haliade-X-turbine kan jaarlijks 16.000 Europese huishoudens van stroom voorzien. Daarmee bespaart de turbine 42 miljoen ton CO2, wat volgens GE gelijk is aan de uitstoot van 9.000 auto’s gedurende één jaar.

De turbinefabrikant toonde de Haliade-X vorige maand voor het eerst aan het publiek op GE’s productiefaciliteit in het Franse Saint-Nazaire. Dat de Haliade-X een grote stap vooruit is, blijkt ook uit de productiegeschiedenis van die fabriek: de grootste windturbines die er nu nog van de loopband rollen, leveren 6MW aan vermogen, de helft van de nieuwe megaturbine.

Volgens John Lavelle, CEO van GE Renewable Energy Offshore Wind, zal de nieuwe turbine ‘klanten helpen om exponentiële groei te realiseren in een ultra-competitieve markt’. Het is nog even wachten op de certificering van de turbine, maar Lavelle verwacht de commerciële productie spoedig te kunnen beginnen. ‘Wij zijn klaar om de massaproductie te starten en kunnen de eerste units medio 2021 leveren’, zegt hij.

Testlocatie

Het is precies die certificering waarvoor het prototype van de Haliade-X naar Rotterdam is verscheept. GE, dat 400 miljoen dollar in de ontwikkeling van de nieuwe turbine heeft geïnvesteerd, zocht een goede testlocatie en die kan Sif in Rotterdam leveren.

Hoewel de Haliade-X is ontworpen als een offshore turbine, is er gekozen voor een testlocatie aan wal om tijdens het testen de toegang tot de turbine te vereenvoudigen, zegt GE. Uit een eerdere aankondiging van Sif blijkt dat de turbine er ten minste vijftien jaar zal blijven staan, want in het contract is naast een testperiode van vijf jaar ook vijftien jaar onderhoud en operationele ondersteuning opgenomen.

GE contracteerde de Heavy Lift Group, een samenwerkingsverband van zwaartransportbedrijven, om de megaturbine van Saint-Nazaire naar Rotterdam te verschepen. De transportgroep schakelde op zijn beurt de Nederlandse rederij Biglift in om het zeetransport te verzorgen, die daarvoor één van zijn grootste schepen inzette: de ‘MS Happy Sky’, dat twee kranen met een hijsvermogen van negenhonderd ton per stuk heeft. Daarmee wordt ook direct de schaduwzijde van de grote turbines zichtbaar. De Haliade-X is zo zwaar dat alleen de bovenlaag van de heavy-liftschepen de turbine kan vervoeren.

Ketenbreed zijn transportbedrijven en aannemers aan het investeren in nieuwe schepen en machines om de steeds grotere turbines en onderdelen te kunnen vervoeren en installeren. Zo maakte de Belgische offshore aannemer Jan de Nul eerder dit jaar bekend een nieuw installatieschip te hebben besteld, bedoeld om de ‘volgende generaties offshore windturbines te kunnen hanteren’.

De ‘Voltaire’, zoals het schip is genoemd, zal een tweemaal zo groot dekoppervlak hebben als zijn voorgangers en worden uitgerust met een kraan die 3.000 ton kan tillen. Volgens Huisman Equipment, die de kraan levert, zal het de hoogstreikende kraan van alle installatieschepen ter wereld zijn. Dat is nodig, want Jan de Nul verwacht dat de rotordiameter van turbines richting de 270 meter gaat.

Kraanverlenging

Dat kranen ontoereikend worden, blijkt ook uit de recente kraanverlenging door SAL Heavy Lift. Samen met kraanbouwer TTS-NMF ontwikkelde het bedrijf een modulaire fly-jib die de kraanhoogte van heavy-liftschip ‘MS Lone’ met 23 meter verlengt tot 70 meter.

De ontwikkeling van de fly-jib volgde na een verzoek van een klant om palen in de grond te drijven voor een offshore windproject. Die palen waren echter zo lang dat SAL de opdracht zonder kraanextensies niet had kunnen uitvoeren. ‘Anders was het niet mogelijk geweest om de palen rechtop te hijsen voor installatie’, zegt Head of Marine Projects Sune Thorleifsson van SAL Heavy Lift.

Groot, groter, nóg groter

Ook aan wal vraagt de schaalvergroting in de windenergiemarkt om nieuwe investeringen. Havens die in de toekomst relevant willen blijven voor de offshore sector moeten meegaan in de trend van groot, groter en nóg groter.

De Deense offshorehaven Esbjerg heeft om die reden een nieuwe Liebherr-kraan aangeschaft die 308 ton kan tillen. ‘We zien groei in de overslag van hoge en zware ladingen en dat vraagt om extra kraancapaciteit’, zegt havendirecteur Dennis Jul Pedersen. ‘Deze nieuwe kraan geeft ons flexibiliteit. We kunnen er meer dan 300 ton mee tillen in een single lift en 448 ton in tandem met onze andere walkraan.’

Tegelijkertijd investeert de haven ook in een nieuwe multipurpose terminal, ‘om groei in offshore-windgerelateerde projectladingen en rollend breakbulk te faciliteren’. Ook Rotterdam bereidt zich voor op een toename van offshore-windgerelateerde ladingen.

Sif sloot recent een overeenkomst met de havenbeheerder om de bestaande terminal op Maasvlakte 2 met twintig hectare uit te breiden. Op dat terrein wil de fundatiebouwer ‘marshalling-diensten’ aanbieden: offshore aannemers kunnen op dat terrein ruimte huren ter ondersteuning voor hun projecten, voor onder meer opslag, het voorbereiden van transporten en monteren van onderdelen. Sif verwacht dat die activiteit binnen twee à drie jaar een nieuwe inkomstenbron van tientallen miljoenen euro’s per jaar oplevert.

Nieuwe methode

Grotere turbines vragen om grotere fundaties en ook de overslag van die onderdelen wordt steeds complexer. Zo moest de Spaanse terminaloperator Tadarsa op zoek naar een nieuwe transportmethode voor het overslaan van een aantal grote fundatiestukken met een gewicht tot 260 ton. Het bedrijf benaderde Kalmar, die een speciale met hijshaak uitgeruste reachstacker voor het overslagbedrijf heeft ontworpen. Volgens de kranenbouwer is het de grootste reachstacker ter wereld en voor het transport van één fundatiestuk zijn er twee nodig.

De schaalvergroting in de offshore-windmarkt is een van de onderwerpen van de Project Cargo Summit, die op 11 en 12 september plaatsvindt. Tijdens de conferentie worden onder meer de gevolgen voor de scheepvaart, de waloverslag en het wegtransport besproken. Ook zal Siemens Gamesa vertellen wat de turbinebouwer in de toekomst van zijn logistieke partners verwacht.