Helemaal een verrassing was het niet dat Vattenfall de strijd heeft gewonnen om wat officieel een voorlopige vergunning heet voor de bouw en exploitatie van Hollandse Kust Zuid, fase 3 en 4, op zo’n twintig kilometer voor het strand tussen ruwweg Den Haag en Zandvoort. Het concern had een jaar eerder immers al de concessie verworven voor de iets verder in de Noordzee aan te leggen eerste twee fasen. Daarmee had Vattenfall een voorsprong op de concurrentie van onder meer het Deense Ørsted en een consortium van Shell en Eneco.

Uit aankondigingen van betrokken partijen eind vorige week valt af te leiden dat de Zweden er al geruime tijd vanuit gingen ook de tweede tender te winnen. Zo meldde Subsea Heavy Lift april dit jaar al de funderingspalen voor fase 3 en 4 te installeren als Vattenfall het project definitief zou binnenhalen. Het bedrijf, dat over de installatieschepen ‘Seaway Yudin’ en ‘Seaway Strashnov’ voor dit soort zware klussen beschikt, had toen net de opdracht voor Hollandse Kust 1 en 2 binnen.

Installatieseizoen

Dat betekent dat Subsea het transport en de installatie van alle 144 ‘monopiles’ voor evenzovele windmolens inclusief het leggen van de aansluitkabels mag gaan verzorgen. Dat moet in het ‘installatieseizoen’ van 2022 gebeuren. Voor het plaatsen van de windmolens zelf heeft Vattenfall Swire Blue Ocean in de arm genomen. Die Deense groep beschikt eveneens over twee installatieschepen, de ‘Pacific Osprey’ en ‘Pacific Orca’, en was eerder betrokken bij de bouw van Gemini ten noorden van Schiermonnikoog, het eerste grote Nederlandse offshore windpark.

Dan de windmolens zelf. Die worden gebouwd en geleverd door de Duits-Spaanse marktleider Siemens Gamesa (SG), waarin de Duitsers overigens de meerderheid hebben. De joint venture, met een orderboek ter waarde van bijna 25 miljard euro, meldde eveneens in april ‘op koers te liggen’ voor de levering van zijn nieuwe paradepaardje, de SG 10.0 -193 DD, aan ‘s werelds eerste subsidievrije windpark.

Dat serienummer klinkt wellicht niet erg sexy, maar de cijfers zijn indrukwekkend. 10.0 staat voor het nominale vermogen van tien megawatt, op dit moment de grootste in de markt. De serieproductie ervan begint in 2022, wat net op tijd is voor Vattenfall, die het complete windpark het jaar erop operationeel wil hebben. Het belangrijkste cijfer in de type-aanduiding is echter 193, dat de diameter van het rotorveld in meters aangeeft. De 94 meter lange rotorbladen, bijna zo lang als een voetbalveld, zijn goed voor een ‘veeggebied’ van bijna 30.000 vierkante meter, oftewel ruim vier voetbalvelden. En o’ja, DD staat voor direct drive.

Onderbezetting

Daarmee legt SG de lat een kwart hoger ten opzichte van het huidige topmodel, de SG 8.0-167 DD, die overigens pas dit jaar in serieproductie is gegaan. De verkoop ervan begon eind 2017 en sindsdien zijn er al enkele honderden van besteld. SG zegt overigens niet hoe hoog de nieuwe molens worden omdat dat site-afhankelijk is.

Waarschijnlijk tikken de draaiende wieken de 230 meter aan, ervan uitgaande dat ze aan de onderkant zo’n veertig meter boven de waterlijn blijven. Wordt daar de funderingspaal, die tientallen meters diep in de zeebodem wordt geheid, bij opgeteld dan komt de totale hoogte van de windmolen naar schatting op ongeveer 280 meter uit.

Driekwart van die funderingspalen, 108 om precies te zijn, worden geleverd door het Limburgse Sif, dat een paar jaar geleden een nieuwe fabriek op de Maasvlakte opende. Die kampte de afgelopen periode echter met onderbezetting omdat nieuwe orders uitbleven. Daaraan lijkt nu een eind te zijn gekomen. Sif kon vorige week niet alleen de Vattenfall-order melden, maar ook het Vineyard-project, dat het eerste grote windpark voor de Amerikaanse kust wordt.

Miljoen huishoudens

Sif-topman Fred van Beers stak dan ook niet onder stoelen of banken in zijn nopjes te zijn. ‘Onze productiefaciliteiten in Rotterdam zijn ideaal gelegen voor offshore windprojecten op de Noordzee. We zijn dankbaar voor het vertrouwen dat onze klant heeft uitgesproken en het project aan Sif heeft gegund en we zullen er dan ook alles aan doen om op tijd te leveren.’

Het ziet er dus naar uit dat Nederland over een jaar of vier beschikt over een offshore windpark, dat de geschiedenis ingaat als game changer. Vanaf 2022/23 moet Hollandse Kust Zuid ruwweg een miljoen huishoudens van stroom kunnen voorzien. Dat komt overeen met ongeveer 5% van het landelijke verbruik.

Dat is dan een jaar of twaalf na de roemruchte uitspraak van Mark Rutte tijdens zijn verkiezingscampagne in 2010, die toen zei ‘dat die malle windmolens niet op wind draaien, maar op subsidie’. Hij voegde er ook nog aan toe dat ze lelijk zijn, in de weg staan en uiteindelijk niet werken.

Negen jaar later geeft het derde kabinet dat zijn naam draagt groen licht voor de bouw van fase 3 en 4 van Hollandse Kust, waarvoor de opdrachtgever Vattenfall geen cent subsidie krijgt en zelfs een paar miljoen euro per jaar voor het gebruik van de zeebodem moet betalen. In 2023 moeten de 114 windmolens met een hoogte van zo’n 250 meter draaien en stroom leveren zonder dat de belastingbetaler daar aan meebetaalt.

Toch is het nog steeds wat misleidend om te stellen dat het nieuwe windpark ‘subsidieloos’ is, zoals Vattenfall en het ministerie van Economische Zaken in koor roepen. De belastingbetaler heeft op dat moment namelijk al meebetaald, en wel in de vorm van het ‘stopcontact’ op zee: het transformatorstation waarop alle windmolen zijn aangesloten en de hoogspanningskabels in de zeebodem, waarmee de opgewekte stroom aan land wordt gebracht.

Energieakkoord

Dat platform en de aansluiting worden aangelegd voor rekening van Tennet, het staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor het Nederlandse hoogspanningsnet, die het ‘om niet’ ter beschikking stelt aan Vattenfall. Inclusief landaansluiting kost zo’n platform al gauw een paar honderd miljoen euro.

Toch valt niet te ontkennen dat de kosten van offshore windenergie de afgelopen jaren spectaculair zijn gedaald. Toen het kabinet in 2013 het Energieakkoord sloot met de energiesector, ging het nog uit van een subsidie van ruim negen cent per geproduceerde kilowattuur. Drie jaar later was dat gedaald tot tweeënhalve cent voor het windpark Borssele 3 en 4 en vorig jaar dus tot nul.