De bouw van het 220 meter lange en ruim honderd meter brede gevaarte is drie jaar geleden al begonnen op de Tuas Boulevard-werf van de Singaporese scheeps- en offshorebouwer Sembcorp Marine. Die zette in de piekperiode gelijktijdig ruim 3.500 mensen om het grensverleggende schip van Heerema Marine Contractors (HMC) op tijd te kunnen afleveren.

Offshore-kranen

Het is uitgerust met de twee zwaarste offshore-kranen die ooit gebouwd zijn. Ze zijn geleverd door de Schiedamse kranenbouwer Huisman. Gezamenlijk kunnen ze 20.000 ton heffen, waarmee de grens met ongeveer 6.000 ton wordt verlegd. De ‘Pioneering Spirit’ van Allseas, eigendom van Pieter Heerema’s broer Edward, kan met 48.000 ton ruim tweemaal zo zware installaties aan boord nemen, maar maakt daarbij geen gebruik van kranen.

HMC heeft al een reeks boekingen binnen voor de ‘Sleipnir’, die genoemd is naar de achtbenige hengst van de Noorse oppergod ‘Odin’. Een van de eerste klussen wordt de installatie van de opbouw (topsides) van het olieplatform ‘Leviathan’ in de Middellandse Zee. Daarna volgt onder meer het weghalen van het Tyra-platform in het Deense deel van de Noordzee en het ‘Brae B’-platform in het Britse deel. Voor het Nederlandse deel staat de installatie van een centraal platform voor het windpark Hollandse Kust Zuid in het orderboek.

Dual fuel

Het gevaarte is het eerste in zijn soort dat is uitgerust met ‘dual fuel’ voortstuwing en die dus volledig op LNG kan draaien. In totaal staan er twaalf motoren aan boord met een gezamenlijk vermogen van 96.000 Kilowatt. Daarmee moet het schip, met lading en al, een kruissnelheid van tien knopen (ruim 18 km/u) kunnen halen. Er is woonruimte voor 400 mensen aan boord. De precieze opleveringsdatum is afhankelijk van het verloop van de testprocedure.