Het gaat om het nieuwe type V164-9.5, op dit moment de krachtigste windturbine die er op de markt is. De eerste exemplaren worden volgend jaar geïnstalleerd in de Belgische windparken Norther en Northwester en de Duitse Deutsche Bucht. In totaal heeft de Japans-Deense windmolenfabrikant al bestellingen binnen voor bijna 300 windturbines van dit type.

Nieuwe techniek

De twee exemplaren, die op de innovatie-site van Borssele V komen, worden met behulp van een nieuwe techniek geïnstalleerd, de zogenoemde Slip Joint-installatie. Daarbij wordt de complete windmolen, met rotorbladen en al, in een keer op de fundering geplaatst. Deze Sjor-techniek (Slip Joint Offshore Research) is ontwikkeld door Delft Offshore Turbine met medewerking van onder meer installateur Van Oord, TU Delft en funderingbouwer Sif.

Die installatietechniek levert een spectaculaire tijdwinst op ten opzichte van de traditionele modulaire opbouw. Daarbij wordt eerst de mast op het verbindingsstuk (transition piece, tp) van de fundering geplaatst en worden vervolgens de rotorbladen en het turbinehuis (nacelle) op grote hoogte geïnstalleerd. Het verstevigen van de verbinding tussen de tp en de mast met beton of stalen bouten is volgens Van Oord met de Sjor-techniek niet meer nodig.

Voorgemonteerde windturbine

De methode is in september dit jaar voor het eerst op experimentele basis toegepast in het Prinses Amalia Windpark van Eneco. Het installatieschip ‘Aegir’ van Heerema pikte een voorgemonteerde windturbine op bij Sif op de Maasvlakte. Die werd rechtstandig hangend naar het windpark gevaren en vervolgens binnen een uur op de fundering gemonteerd. De windturbine wordt een jaar lang nauwlettend in de gaten gehouden om gegevens over de sterkte van de verbinding te verzamelen.

Van Oord zegt dat de nieuwe verbindingstechniek lijkt op het in elkaar schuiven van twee omgekeerde papieren koffiebekertjes. Volgens de aannemer vloeit die voort uit de schaalvergroting in de offshore windsector: omdat de steeds grotere windmolens ook steeds zwaarder zijn, is het niet meer nodig om de verbinding tussen mast en fundering extra te versterken. De Sjor-techniek zou een besparing op de installatiekosten van tien tot twintig miljoen euro per windpark opleveren.

Doorontwikkeling

MHI Vestas’ V164-9.5 windturbine is een doorontwikkeling van het in 2014 geïntroduceerde type V164-8.0. Die heeft een standaard tiphoogte van 220 meter en een doorsnee van het rotorveld van 164 meter. De 9.5-versie heeft dezelfde afmetingen. Overigens werkt GE Renewable Energy aan de ontwikkeling van een windturbine met een vermogen van twaalf Megawatt, de Haliade-X12. Die krijgt een hoogte van 260 meter en zou in 2021 beschikbaar moeten zijn.