Het bureau deed een studie naar de wereldwijde markt voor offshore supply vessels (osv’s), waarmee offshore boorplatforms worden bevoorraad. Door speculatieve bouw van grote aantallen van deze osv’s in de eerste helft van dit decennium is er een enorm overschot van deze schepen ontstaan.

De val van de olieprijs van meer dan honderd dollar per vat tot onder de veertig dollar in de eerste helft van 2014 leidde tot een acute crisis. Het aantal beschikbare osv’s per booreiland steeg van gemiddeld 4,8 in 2014 tot 7,6 medio dit jaar. Die verhouding is de resultante van de groei van het aantal osv’s met 6% tot 3.583 schepen en een daling van het aantal booreilanden met eenderde tot 474 exemplaren tot 1 juli dit jaar.

Onthutsend

Alix heeft de zogenoemde Altman Z-score berekend voor 38 rederijen. Dat is een in 1968 door de New Yorkse professor Edward Altman ontwikkelde analyse, waarmee op tamelijk eenvoudige wijze de financiële gezondheid van een bedrijf bepaald kan worden. Het resultaat is onthutsend: 34 rederijen kregen een score die erop wijst dat ze zeer waarschijnlijk in de komende twaalf maanden de boeken moeten neerleggen.

Volgens het adviesbureau is het een illusie om te denken dat de markt ooit nog terugkeert naar het niveau van voor 2014, omdat de winning van schalieolie en de beginnende energietransitie het spel definitief hebben veranderd. In 2020 is er naar verwachting behoefte aan zo’n 550 boorplatforms en 2.475 osv’s – een ratio van 4,5 -, denkt Alix. ‘Het zou daarom logisch zijn om de overtollige verouderde negenhonderd schepen met pensioen te sturen’, concludeert het bureau.

Gefragmenteerd

De kans dat er zoiets als een gecoördineerde sloopactie op gang komt, is echter miniem omdat de markt zeer gefragmenteerd is. De tien grootste spelers hebben slechts 30% van de wereldwijde vloot in handen. De overige 70%, zo’n 2.500 schepen, wordt beheerd door maar liefst 400 kleinere operators. Los van het sentiment dat een reder zijn schip niet graag naar de sloop stuurt, is het financieel vaak onaantrekkelijk.

De transportkosten naar een slooplocatie wegen bij een relatief klein schip als een supplier veel zwaarder door dan bij een olietanker of en bulkcarrier. Die bevatten veel meer staal en leveren bij sloop dus meer op. Daar staat tegenover dat het bloeden als gevolg van het in de vaart houden of opleggen van overtollige schepen wordt gestelpt. Volgens Atix ligt op dit moment 26% van alle suppliers werkloos aan de kant.