Het heeft sindsdien naar schatting 1.500 miljard Noorse kroon opgeleverd, ruim 150 miljard euro. Het is daarmee een van de meeste lucratieve projecten in de geschiedenis van de offshore-industrie op de Noordzee.

Volgens de oorspronkelijke planning zou Statfjord maar twintig jaar in productie blijven, tot 1999 dus, maar dankzij injectie van water en gas zijn de Noren erin geslaagd het veld op druk te houden en de levensduur te verdubbelen. Nu is echter besloten om de drie enorme betonnen productieplatforms tussen 2022 en 2025 te sluiten. Op dit moment produceren die dagelijks nog het equivalent van ongeveer 100.000 vaten aan olie en gas; ooit was dat zeven keer zoveel.

Gewicht

Grote vraag is hoe de platforms, Statfjord A, B en C, op te ruimen. Ze behoren met een massa van respectievelijk 648.000, 816.000 en 644.000 ton en een totale hoogte tussen de 250 en 290 meter tot de grootste constructies op aarde. Ter vergelijking: de ruim driehonderd meter hoge Eiffeltoren weegt ongeveer 10.000 ton. De Statfjord-platforms zijn zo zwaar omdat ze op betonnen kolommen staan, die tevens als opslagruimte voor de olie dienen. Gezamenlijk kunnen ze vijf miljoen vaten olie opslaan.

Equinor heeft een belang van ruim 44,3% in het project, het Britse gasbedrijf Centrica 34,3 en het Amerikaanse ExxonMobil, dat het veld ooit ontdekte, 21,4%. Overigens gaat een deel van de opbrengsten naar het Verenigd Koninkrijk, omdat het veld voor ongeveer 15% op het Britse deel van de Noordzee ligt. Het grootste platform, Statfjord B, staat ook op het Britse deel.