Dat zijn ongeveer evenveel boringen als het voormalige Statoil sinds de start van de Noorse oliewinning vijftig jaar geleden heeft uitgevoerd. Doel van het programma is om de levensduur van bestaande olie- en gasvelden te verlengen en de winningsgraad op de voeren. Waar de winningsgraad wereldwijd gemiddeld rond de 35% ligt, verwacht Equinor tussen de 60 en 85% te halen.

Arne Sigve Nylund, die verantwoordelijk is voor het programma, zegt dat haast geboden is. Dit omdat voor de periode na 2022 nog nauwelijks grote projecten op de planning staan, terwijl meer dan twintig grote productie-installaties opgewaardeerd moeten worden. Het totaal van 3.000 boringen omvat zowel exploratie- als productieboringen.

Klimaatneutraal

Hoewel het om de winning van fossiele brandstoffen gaat, die CO2-emissies verhogen, streeft Equinor ernaar om het zoeken en produceren zo klimaatneutraal mogelijk uit te voeren. Zo zijn er vergevorderde plannen voor de bouw van het eerste grote drijvende windpark ter wereld. Dat moet duurzame elektriciteit aan de olie- en gasinstallaties leveren.

Equinor, die het plan gisteren aankondigde, doet geen uitspraken over het te verwachten investeringsvolume of de geschatte opbrengsten. Volgens Nylund stelt het programma Equinor in staat zijn ‘leidende positie als CO2-vriendelijke olie- en gasproducent’ vast te houden, waarde te creëren en duizenden banen veilig te stellen.