De Nederlandse bouwer moet 328 miljoen dollar betalen aan boetes, schadevergoeding en vermindering van toekomstige huurinkomsten van twee fpso’s, drijvende olieproductie-schepen. De contante waarde van het totaalbedrag is 299 miljoen dollar en dat komt precies overeen met het bedrag dat het Schiedamse bedrijf vorig jaar voor de afwikkeling van de Braziliaanse affaire had gereserveerd.

De ‘clementieovereenkomst’, zoals SBM de overeenkomst noemt, is volgens het bedrijf bovendien in lijn met de schikking uit 2016, die naderhand door een onderdeel van het Braziliaanse Openbaar Ministerie werd afgeschoten. Het verschil met die overeenkomst is dat nu op het hoogste niveau een akkoord is gesloten, met Petrobras zelf en met het ministerie van transparantie en de landsadvocaat.

Mijlpaal

Topman Bruno Chabas spreekt daarom van ‘een belangrijke mijlpaal richting het definitief oplossen van de historische juridische problemen van het bedrijf in Brazilië’. De overeenkomst komt als een verrassing na het vonnis dat een Braziliaanse rechter pasgeleden velde. Die bepaalde dat Petrobras bijna 900 miljoen dollar moet inhouden op de betalingen voor de huur van een aantal fpso’s. Onduidelijk is nog hoe dat vonnis zich verhoudt tot de nu bereikte clementieovereenkomst.

In ruil voor de betalingen mag SBM weer meedingen naar opdrachten van Petrobras. Het Nederlandse bedrijf, wereldmarktleider op het gebied van ontwerp, bouw en exploitatie van fpso’s, was daar jarenlang van uitgesloten nadat de omkopingsaffaire aan het licht was gekomen. De Braziliaanse markt was tot op dat moment goed voor ruim de helft van de omzet, die vorig jaar 1,7 miljard dollar bedroeg.

Al met al heeft de omkoping van ambtenaren en Petrobras-functionarissen SBM een fortuin gekost. Het bedrijf bereikte vorig jaar schikkingen met de Amerikaanse en Nederlandse openbare aanklagers voor in totaal bijna 500 miljoen dollar.