Planologen die de gesprekken bijwoonden, geven daarin hun ideeën ten beste over de vraag hoe we de nieuwe energiewinning dichter bij huis in het land kunnen inpassen. Dat wordt met al die windmolens, zonnepanelen, laadpalen, waterstoftankstations en de distributie van bijvoorbeeld stroom, een enorme klus.

Puzzel

Van het rapport heb ik, nu ik dit schrijf, nog geen kwart verteerd, maar het begon na de hoofdconclusies met de passages over mobiliteit, waarna ik vond dat ik wel recht had op een koel biertje en me puffend in het minst hete hoekje van de tuin terugtrok. Onze planologische deskundigen hebben, voor zover ik het uiteraard kan beoordelen, een doorwrocht werkstuk afgeleverd. De energietransitie brengt mee dat de planologische puzzel van Nederland opnieuw gelegd moet worden.

We weten bijvoorbeeld in de mobiliteit nog niet wat tot en met 2050 de winnaars en de verliezers zullen zijn. Goed, diesel zal geleidelijk verdwijnen, maar vooreerst nog jaren het werkpaardje van de mobiele sector zijn. Gaan we meteen massaal over op waterstof? Wordt het vooral elektrisch rijden? Of zoeken we het de eerste jaren in ‘transitiebrandstoffen’ zoals biomassa, LNG en CNG?

Hoeveel energie is er nodig om al onze vervoermiddelen (weg, spoor, scheepvaart) voort te bewegen? Dat is nu 500 petajoule (500 biljoen kilojoule), ongeveer een kwart van het totale verbruik in Nederland. Al die energie wordt verbruikt op een areaal aan wegen, vaarwegen en spoorwegen dat maar 5% van het landoppervlak beslaat.

Slokop

Toch is mobiliteit is een verhoudings­gewijs enorme ruimte­slokop. Want was het maar waar dat alle energie ook op die 5% van het landoppervlakte wordt gegenereerd. Die 500 petajoule moet elders worden opgewekt, aangevoerd, opgeslagen en gedistribueerd. Biomassa is volgens de onderzoekers zeker op lange termijn geen koploper in de transitie.

Er zijn reusachtige arealen nodig, voor een groot deel in het buitenland, om deze energie te winnen. Voer je die massa in onze havens aan, dan heb je al vier keer zoveel opslagcapaciteit nodig als voor de gehele kolenhandel. Dat liever niet, zeggen de planologen. Volgende week zullen we hun bevindingen breder behandelen.