Vergeleken met maart 2020 zat het luchtvrachtvervoer vorige maand nog steeds comfortabel in de lift bij een ladingaanbod, dat 29% hoger was dan twaalf maanden geleden. Daarbij komt dat een deel van de belly-capaciteit nog steeds is uitgeschakeld door het zwakke herstel van het passagiersvervoer.

Beladingsgraad hoog

Dat houdt de tarieven ook op een hoog peil en zorgt er voorlopig voor dat in de luchtvrachtmarkt niet de klant maar de verkoper koning is, stelt directeur Niall van der Wouw van Clive in zijn laatste marktrapport over maart. Hij wijst er daarbij op dat de vrachtcapaciteit vergeleken met maart 2019 zo’n 19% heeft ingeleverd, terwijl het vergeleken met dezelfde maand in 2020 weer 12% heeft gewonnen. Dat gegeven levert op het gebied van de zogeheten dynamische beladingsgraad (mix van gewicht en volume) voor de afgelopen maand maart een score van 73% op, 7 procentpunt meer dan de vergelijkbare maand in 2019 en 8% meer dan in maart 2020.

Volgens Van de Wouw moeten de lagere  volumes van maart vooral worden gezien in relatie tot de oplopende besmettingscijfers in een groot aantal landen, twijfels over de effectiviteit van het AstraZenica-vaccin en verdere lockdowns in sommige markten. Dat heeft het optimisme van januari en februari wat getemperd ‘dat er licht was aan het einde van de tunnel’. Dat gevoel heeft plaatsgemaakt voor een ‘corona-vermoeidheid’ in het koopgedrag van bedrijven en particuliere consumenten, aldus de onderzoeker. Of dit lang aanhoudt, kan hij niet te zeggen.

‘Vluchten zijn nog steeds vol vanuit een vrachtperspectief, maar zonder herstel van het passagiersvervoer zijn de intercontinentale airline-activiteiten hoofdzakelijk ‘vracht gerelateerd’ en zijn ‘alleen met de hoge tarieven financieel levensvatbaar’.