In het regeerakkoord uit 2017 stond dat Nederland in Europees verband inzette op een belasting op luchtvaart in het kader van de klimaatdoelen van ‘Parijs’. Zou deze Europese route niet lukken, dan werd 200 miljoen euro luchtvaartbelasting vanaf 2021 ingeboekt in de Nederlandse begroting. Daarmee nam deze regering heel wat op zich: binnen vier jaar tot een nieuwe Europese belasting komen in een EU waar elke lidstaat een veto heeft bij belastingmaatregelen.

Het is dus geen verrassing dat deze Europese route snel strandde. Met als gevolg dat de afgelopen Prinsjesdag D-day werd voor de Nederlandse luchtvaarttaks. Een belastingmaatregel met daarbinnen een toerekening van 11 miljoen euro aan de Nederlandse luchtvracht middels een taks op vertrekkende vrachtvliegtuigen van de vliegvelden Maastricht en Schiphol, waardoor de luchthavengelden stijgen met 28 tot 57%.

Schade

Deze belastingmaatregel is om een aantal redenen omstreden. Ten eerste omdat er onderscheid wordt gemaakt tussen vracht die wordt vervoerd in vrachtvliegtuigen (belast) en vracht die wordt vervoerd in passagetoestellen (onbelast). Ten tweede omdat toestellen worden afgerekend op het theoretische maximale startgewicht van het toestel. En tot slot omdat alleen in Nederland deze belasting op luchtvracht geheven zal gaan worden. In de rest van Europa kent men deze belasting op vracht niet. Bij de eerste behandeling van het wetsvoorstel waarschuwde de Raad van State het ministerie van Financiën dan ook duidelijk, dat belasting op luchtvracht zal kunnen leiden tot verplaatsing van vrachtvluchten en daarmee tot economische schade.

Half maart van dit jaar werd het wetsvoorstel voor de belasting op luchtvaart, de totale 200 miljoen euro, behandeld in de Tweede Kamer. SP-Kamerlid Cem Laçin diende een motie in om nader onderzoek te doen naar de gevolgen voor de luchtvracht. De week daarop zou de Kamer stemmen over het wetsvoorstel waarbij onduidelijkheid ontstond óf de Tweede Kamer überhaupt wel zou gaan stemmen over het belastingvoorstel, omdat de gevolgen van de coronacrisis enorm konden zijn voor de luchtvaart. Staatssecretaris Vijlbrief overtuigde de Kamer echter om wél te stemmen. Met de toezegging dat als de gevolgen voor de luchtvaart te groot zouden zijn, hij de invoering van de luchtvaartbelasting zou kunnen uitstellen. Ook zouden de uitkomsten van het aanvullend onderzoek naar de gevolgen voor luchtvracht meegenomen worden. Een onderzoek dat zou zijn afgerond voor Prinsjesdag.

Schutting

In de namiddag van Prinsjesdag gooide het ministerie van Financiën het rapport naar de gevolgen ‘over de schutting’. Anders kan ik het echt niet noemen. Het gebeurde zonder enige duiding en vooruitzicht op die gevolgen. Want het rapport laat heel weinig heel van de belasting op luchtvracht. De gevolgen voor het milieu blijken nihil, terwijl de potentiële schade voor de luchtvrachtsector groot is. 6500 banen op de tocht en de operatie van luchthaven Maastricht komt ernstig in gevaar. De eerdere waarschuwing van de Raad van State wordt bevestigd: een deel van de luchtvracht zal verdwijnen naar vliegvelden net over de grens. De CO2-uitstoot verplaatst daarmee een aantal kilometers, er is zeker geen sprake van een mondiale besparing. Er kunnen door extra vrachtvervoer over de weg zelfs negatieve effecten zijn. Een maatregel voor de bühne, die toont hoe de verschillende ministeries in Nederland vooral bezig zijn met hun eigen beleidsterrein. Het is beschamend om te zien hoe deze staatssecretaris een rookgordijn optrekt, de verantwoordelijke ministeries opzij kijken en be­langenvertegenwoordigers de kastanjes maar uit het vuur moeten halen. De rijksoverheid beschadigt een sector die in de coronacrisis haar bestaansrecht meer dan ooit bewezen heeft. Enorme hoeveelheden mondkapjes, medische hulpmiddelen en medicijnen bereikten Nederland door de lucht. Luchtvracht bleek voor veel bedrijven de cruciale, betrouwbare en snelle verbinding naar de rest van de wereld. En in plaats van met betrokkenheid, reageert de rijksoverheid met het keihard wegbelasten, omdat dit vier jaar geleden zo is afgesproken.

Juridische procedures

De komende dagen en weken zal duidelijk worden of Vijlbrief zich hard wil maken voor een uitstel van de belasting. Wat in vrédesnaam is er nog meer nodig aan argumenten om de politiek voor deze dwaling te behoeden? We hebben vorige week de Eerste Kamer onomwonden laten weten wat we ervan vinden. Want naast dat de belasting slécht is voor economie en werkgelegenheid en niets oplevert op het gebied van duurzaamheid, plaatsen we grote vraagtekens bij de rechtmatigheid en de juistheid van verrekeningen. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer werden eerder al vragen gesteld over het level playing field en het risico op juridische procedures. De staatssecretaris van Finan­ciën verwees daarbij naar jurisprudentie over buitenlandse vliegtaks. Die jurisprudentie gaat nota bene niet over vrachtvervoer, maar over personenvervoer. En ook is in de Tweede Kamer de vraag gesteld of dit wetsvoorstel niet in strijd is met de Comptabiliteitswet, omdat het niet duidelijk is wat het kabinet met dit wetsvoorstel wil bereiken. I rest my case.

Ivo Aris, voorzitter ACN