De Europese Unie zette in maart van dit jaar aan het begin van de coronacrisis de strikte regels voor het toewijzen van start-en landingen op de grote luchthavens buiten werking om zo veel mogelijk luchtvrachtverkeer te kunnen accommoderen voor de aanvoer van beschermende medische kleding. Het ging daarbij vooral om het opschorten van de de zogeheten 20/80-regel. Die regel verplicht airlines 80% van de aangevraagde start-en landingen conform de aanvraag te benutten anders verliest de vrachtmaatschappij de historische landingsrechten op die luchthaven. Op Schiphol was de strikte naleving van die regel de reden dat veel vrachtmaatschappijen de afgelopen jaren hun slots op de Nederlandse luchthaven verloren. Het ging daarbij om 20% van alle vrachtvluchten.

Onherstelbare schade

Volgens voorzitter Matthias von Randow van de Duitse luchtvaartbranche moeten de Europese ministers van transport, die deze week in Brussel bijeen zijn gekomen om te  praten over een nieuwe EU slotverordening, met de verlenging van de ontheffing voorkomen dat de sector straks ‘onherstelbare schade oploopt’ door de coronacrisis. Hij wijst er verder op dat het herstel van de luchtvaartsector veel langer duurt dan eerder gedacht en airlines en de luchthavens meer tijd nodig hebben om de activiteiten te hervatten.

Zijn pleidooi is goed nieuws voor de vrachtsector op Schiphol, dat door een mindere stringente naleving van de regels het huidige huidige peil aan vrachtvluchten van rond de 2.400 per maand, kan handhaven. Verder is het plan voor een aparte pool voor vrachtvluchten met een verdere verlenging van de ontheffing voorlopig overbodig.

Nationale aanpak

De Europese minister van transport praten sinds deze week over een nieuwe slotverordening voor de Europese luchthavens. Daarbij wordt van Nederlandse kant ingezet op meer vrijheid voor de afzonderlijke lidstaten bij het afwikkelen van vrachtvluchten. Deze nationale aanpak kan bijvoorbeeld gebeuren via een aparte vrachtpool voor Schiphol.