K+N blijft eenzaam aan kop met een totaal exportvolume (95.000 ton) dat bijna dubbel zo groot is als dat van DSV (57.813 ton). DHL Global Forwarding (DGF) blijft de nummer drie in de vrachtmarkt op Schiphol met 32.436 ton. Daarbij is het opvallend dat alle grote partijen in de top 5 van de Nederlandse luchtvrachtexpeditie, op het Amerikaanse Expeditors (+6%) na, vorig jaar exportlading moesten inleveren vergeleken met de lijst uit 2018.

Volumeschade

De volumeschade bij K+N (-1,8%), DSV (-1,8%) en DHL Global (-1,2%) was daarbij bescheiden te noemen, maar liet toch zien dat zelfs de grootmachten in de luchtvrachtexpeditie met hun enorme verkoopapparaat problemen hadden om vorig jaar voldoende volume aan te trekken uit de Europese exportmarkt. Het mindere consumentenvertrouwen, het getouwtrek met hoge invoerrechten tussen de economische grootmachten VS en China en de brexit lieten krasjes na bij de expediteurs in de hoogste regionen van de Nederlandse IATA-lijst. Verder naar beneden werden die krasjes soms grote wonden, zoals het verdwijnen van Damco uit de ranglijst laat zien.

Opvallend aan de expeditiecijfers van de IATA is verder, dat de volumes van K+N en DGF nu al twee jaar achtereen onder druk staan. In 2018 verloren de nummers 1 en 3 in de Nederlandse luchtvrachtmarkt respectievelijk 6,45% en 6,33% van het exportvolume op Schiphol. Daarmee komt het totale verlies over twee jaar in de buurt van de 10%, en dat kan niet geheel worden toegedicht aan conjuncturele ontwikkelingen.

Expeditieluchthaven

Het is dan ook van belang om in de gaten te houden of Schiphol, dat bij uitstek een expeditieluchthaven is, door het aanhoudende gebrek aan vrachtslots sinds 2017 langzamerhand niet minder interessant aan het worden is voor de grote expediteurs als hub voor exportlading.

De grootste verliezers in de top van de Nederlandse expeditie waren vorig jaar intussen het Amerikaanse UPS SCS (-24%) en Rhenus, dat het exporttonnage met bijna 13,6% zag teruglopen naar 26.672 ton. Daardoor zakte het Duitse familiebedrijf weg van de 4de naar de 6de plek. Rhenus heeft overigens nog twee zusterbedrijven op de IATA-lijst staan: Copex Air (8.743 ton) en KDS Cargo (1.600 ton). Samengevoegd zou dit trio nog steeds goed zijn voor 37.000 ton en daarmee een derde plek innemen op de IATA top 100. Opvallend daarbij is dat ook zusterbedrijf Copex (-13%) het volume sterk zag teruglopen, maar met plaats 17 alsnog twee plekken wist te klimmen vergeleken met 2018. Dat kwam vooral door de forse verliezen bij Geodis (-27%), Hellmann (-22,6%) en Fast Forward (-41%). KDS Cargo (plaats 60) zorgde intussen voor de enige volumewinst binnen de Rhenus-groep. De extra 1,1% aan exportvracht leverde echter geen hogere positie op voor KDS Cargo. Het expeditiebedrijf verloor zelfs een plek aan Walker International, dat over 2019 zijn vrachtvolume wist te verdubbelen naar 1.617 ton.

Penske

DB Schenker (27.526 ton) profiteerde intussen van het afnemende volume bij Rhenus en schoof een plekje op naar de 4de plek op de lijst, ofschoon het vorig jaar bijna 4% aan export verloor. De Duitse expediteur verkocht net voldoende kilo’s om Expeditors (27.095 ton), dat wel volumewinst behaalde, achter zich te houden. Expeditors klom ook een plekje op de lijst en maakt voor het eerst deel uit van de top 5.

Het Amerikaanse UPS SCS (17.427 ton) had in 2018 (plek 7) nog aansluiting weten te krijgen bij de expeditietop op Schiphol, maar verloor die vorig jaar weer door een opvallend groot volumeverlies (-24%). De Amerikaanse pakketgigant (plek 9) werd zelfs gepasseerd door het Nederlandse aandeel in de subtop: de wholesaler IAA Fresh (20.000 ton) en zalmspecialist Aviair (18.000 ton). Dat tweetal weet zich al jaren in de kijkers te spelen in een door buitenlandse expeditiebedrijven gedomineerde Nederlandse IATA-top. Zo zag Aviair het exportvolume, hoofdzakelijk Noorse visproducten, vorig jaar met 26,3% toenemen naar ruim 18.000 ton en is het daarmee in de top 10 het bedrijf met de grootste tonnagewinst. Ook IAA was in 2019 weer succesvol met een groei van 12% naar bijna 20.000 ton. Het bedrijf nestelt zich met de zevende plek net achter grote expediteurs als Rhenus, Expeditors en Schenker. Fast Forward is op een 16de plek met 9.000 ton pas de derde Nederlandse expediteur. In 2018 stond het expeditiebedrijf nog op een 12de plek, klaar om met een tonnage van ruim 15.000 ton de top 10 te bestormen. Het liep echter anders. Vorig jaar daalde het volume met 6.340 ton (41%) fors , zo blijkt uit de IATA-statistieken. De verklaring voor dat forse verlies ligt waarschijnlijk in het tonnage (5.307 ton) van nieuwkomer TOP Cargo, dat zijn ladingaanbod in 2018 volgens bronnen nog boekte op het IATA-nummer van Fast Forward.  Het bedrijf deelde in dat jaar ook hetzelfde adres op Schiphol. Fast Forward zelf wenst geen commentaar te geven.

Een andere grote verliezer in de top 20 is Penske Logistics (-34,5%). Die afname zou toe te schrijven zijn aan het besluit in de loop van 2019 om de luchtvrachtexpeditie uit te besteden, maar dat bericht was niet te verifiëren. Zowel bij de vestigingen van Penske in Roosendaal als op Schiphol werd de telefoon niet opgenomen. In 2018 was Penske met een groei van 50% nog een opvallende smaakmaker op de IATA-lijst. De groei bezorgde het bedrijf een verdienstelijke 15de plek. Penske kan zich nu met een 19de plek nog net handhaven in de top 20. Voor volgend jaar kan het bedrijf dan ook geheel zijn verdwenen uit de IATA top 100. Dat zal zeker niet Ceva Logistics overkomen. De expediteur, tegenwoordig een dochterbedrijf van de Franse reder CMA CGM, zag het tonnage (14.451) met 23,6% groeien. Goed voor een sprong van plaats 16 naar 11 op de lijst.

Apex

Bijna de helft van de expeditiebedrijven in de top 50 in de Nederlandse luchtvrachtexpeditie werd vorig jaar geconfronteerd met dalende exporttonnage. De verliezen varieerden daarbij van enkele procenten tot een kwart of meer vergeleken met het exportvolume over 2018. Dat is een groot verschil met eerdere edities van de IATA top 100, toen de meeste bedrijven in dat segment van de lijst stijgende volumes presenteerden.

Een andere ontwikkeling die al langere tijd zichtbaar is, maar nu langzaam structureel lijkt te worden, is de komst van steeds meer Chinese wholesalers op de Nederlandse IATA-lijst. Dat zijn bedrijven die vaak voor webwinkels als Alibaba vrachtruimte inkopen. Apex Logistics, dat zich in 2018 presenteerde, prijkt nu al op plaats tien op de lijst met een volume van 16.000 ton. Inmiddels is de groei niet langer 200% of meer, maar met 8,33% meer bescheiden van aard.

Nieuwkomers op de lijst van 2019, zoals Top Cargo (plaats 23) en VandN Worldwide (plaats 29), hebben ook een Chinese achtergrond. Hetzelfde geldt op enige afstand voor ECMS Express (plaats 45). Soms zijn vrachtbedrijven uit China eendagsvliegen gebleken, zoals enkele jaren geleden het bedrijf VOC, maar zoals in het geval van Apex Logistics kunnen ze de Nederlandse IATA top 100 de komende jaren een stuk meer Chinees kleuren.

Exportcijfers blijven voor IATA nog steeds vertrouwelijk

De IATA-top 100 wordt elk jaar door Nieuwsblad Transport samengesteld aan de hand van vertrouwelijke marktgegevens. Het gaat daarbij eigenlijk om de totalen van het betalingsverkeer en de onderliggende exportvolumes tussen de expediteurs en de bij de International Air Transport Association (IATA) aangesloten luchtvaartmaatschappijen. Die transacties worden beheerd door Cargo Account Settlement Systems (CASS) van IATA. Deze interne bank zorgt ervoor dat de airlines binnen de IATA om de twee weken hun vrachtpenningen ontvangen van de bij de brancheorganisatie geregistreerde expediteurs. Wie niet over een bankgarantie beschikt en geen IATA-boekingsnummer heeft, kan geen luchtvracht boeken bij een van de aangesloten luchtvaartmaatschappijen. Door dit systeem kent de sector nauwelijks wanbetalers of lange betalingstermijnen. Een ander gevolg van dit systeem is dat sommige expediteurs zonder IATA-nummer de zendingen onderbrengen bij marktpartijen die daar wel over beschikken. Ook wholesalers krijgen zo een plekje op de lijst, terwijl ze geen expediteur zijn. Het gaat daarbij om partijen zoals het Nederlandse IAA (7).

De vervoersgegevens die Nieuwsblad Transport elk jaar krijgt toegespeeld, zijn dus de meest actuele jaaroverzichten voor de Nederlandse luchtvrachtmarkt op exportgebied. Het geeft bijvoorbeeld geen inkijk in hoe de markt er op importgebied voorstaat.

In totaal boden in 2019 rond de 550 bedrijven exportlading aan via Schiphol. Een groot deel was daarbij afkomstig uit het omliggende buitenland. In de Nederlandse top 100 komen deze buitenlandse bedrijven niet voor, omdat in de selectie wordt uitgegaan van bij de Nederlandse Kamer van Koophandel geregistreerde bedrijven. De omzetgegevens en het geboekte volume van deze buitenlandse ondernemingen zijn wel meegenomen in het totaal exportvolume voor de Nederlandse markt, om zo toch een beeld te krijgen van de omvang van de markt op Schiphol. Overigens vloeit ook een deel van het Nederlandse vrachtaanbod weg naar het Europese buitenland via luchtvrachttrucking. Dat is in 2019 versterkt door het tekort aan vrachtslots op Schiphol.

De IATA-CASS-cijfers bieden dan ook een bepaald beeld van de marktontwikkelingen en krachtsverhoudingen in de Nederlandse expeditiemarkt, maar zijn niet altijd feilloos. Soms zijn betaalde transacties of boekingsnummers van agenten om onduidelijke redenen niet meegenomen in de jaaroverzichten. Ook verdwijnen er soms ladingpakketten onder een sub-IATA-nummer. Vaak gaat het om een wijziging van een IATA-nummer, waardoor een agent weleens plotseling uit de overzichten verdwijnt, of zijn de vrachtboekingen ondergebracht bij een zusterbedrijf in een ander land. Dan is geboekte lading niet zichtbaar in de Nederlandse IATA-statistieken. Hetzelfde gebeurt als de expediteur zaken heeft gedaan met een niet-IATA maatschappij. Dan wordt de verkoopprestatie ook niet geregistreerd.

Ook worden door de IATA soms nog achterhaalde merknamen gebruikt. Zo was de geboekte lading van Damco jarenlang te vinden onder de naam van moederholding APM en hanteerde de IATA voor de vrachtboekingen van Blue Sky Cargo lange tijd de naam Disselkoen. Over het verslagjaar 2019 stond de geboekte lading van Walker International onder de afkortingen W.I.T, terwijl Aviair bij IATA CASS lange tijd onder de oude naam PAN Logistics was te vinden.

Nieuwsblad Transport heeft als samensteller van de IATA-lijst de Internationale luchtvaartorganisatie in het verleden op die omissies gewezen, maar de IATA heeft zelden iets gedaan met deze kritiek. Zij wijst er op dat het bij de IATA-exportcijfers om vertrouwelijke informatie gaat die niet gepubliceerd mag worden. Indien een bedrijf zich alsnog tekortgedaan voelt door de hier gepubliceerde lijst, dient het dan ook vooral aan te kloppen bij de luchtvaartorganisatie en haar CASS-dienst. Het zou zeker de transparantie in de markt in dit digitale tijdperk ten goede komen.