Volga-Dnepr, onder meer eigenaar van AirBridgeCargo en Aerologicair, had de rechtszaak aangespannen tegen de Amerikaanse vliegtuigbouwer om de verkoopplannen te stoppen en eiste verder schadevergoeding van Boeing.

Volgens de Russen was de order voor een B747-8F en drie B777F’s nooit definitief geannuleerd en had de holding ook aanbetalingen gedaan voor de vliegtuigen. Er was dan ook nog steeds sprake van een lopend koopcontract.

Financiering

De rechter wees deze claim van Volga-Dnepr van de hand, aangezien de luchtvaartgroep begin dit jaar aan Boeing had aangegeven van koop af te zien, omdat de marktsituatie slechts was en de definitieve financiering van de vrachtvliegtuigen daardoor niet kon worden gerealiseerd. Dat was voor de rechtbank voldoende bewijs dat er niet langer sprake was van een koopcontract tussen de twee partijen.

De vier vrachtvliegtuigen vertegenwoordigen een waarde van rond de 1,2 miljard dollar en zouden dit jaar aan Volga-Dnepr worden geleverd.