Het gaat daarbij om een breed pakket aan steun, zoals kredieten, subsidies, het kwijtschelden of opschorten van belastingen en het doorbetalen van salarissen. IATA constateert ook grote verschillen in de omvang van staatssteun.

Zo ontvangen de airlines in Noord-Amerika ruim een kwart van de jaaromzet uit 2019 aan hulp, terwijl de Europese maatschappijen omgerekend rond de 15% toucheren. De diverse landen in Azië komen hun carriers financieel tegemoet met 10% van de omzet, terwijl de maatschappijen in Zuid-Amerika en het Midden-Oosten het moeten stellen met een bijdrage die amper 1% van de omzet uit 2019 uitmaakt.

Risico’s

Aan de riante staatssteun zijn ook grote risico’s verbonden, stelt de luchtvaartorganisatie. Zo is 55% van de steun in de vorm van leningen, bankgaranties en uitstel van belastingen, ‘die de komende jaren zwaar zullen drukken op het herstel van de luchtvaartindustrie’.

De IATA-analyse laat verder zien dat de schuldenlast van de luchtvaartbranche aan het einde van dit jaar op 550 miljard zal uitkomen. Dat was eind vorig jaar 330 miljard dollar.