We praten over het tijdperk dat we op 4 en 5 mei herdachten. Nederland stond in de herfst van 1934 op zijn kop toen de Uiver, het hypermoderne aluminium vliegtuig van KLM, hoge ogen gooide in de luchtrace Londen-Melbourne. Schiphol werd voor de terugkomst van het toestel vol tribunes gebouwd om alle belangstellenden te herbergen. Sterreporters hielden de thuisblijvers van minuut tot minuut op de hoogte via de radio. De grootste artiesten zongen KLM toe, van Louis Davids (‘Daar komt een Uiver gevlogen’) tot Bob Scholte (’t Is alweer de KLM’).

Snel schoven wolken voor de zon. Bij een volgende stunt, het vliegen van kerstpost naar Batavia, stortte de Uiver met een andere bemanning neer door noodweer boven de Syrische woestijn. KLM-directeur Albert Plesman had de bemanning, die bij een tussenstop in Caïro de bui al had zien hangen, gedreigd met ontslag als ze niet opstegen.

In en rond de Tweede Wereldoorlog volgde rampspoed voor iedereen die bij het Uiver-feest betrokken was geweest. Van de Joodse artiestenfamilies werden velen vermoord; Scholte overleefde als enige van zijn gezin Auschwitz. Een van de Uiver-helden en een zoon van Plesman werden door de Luftwaffe uit de lucht geschoten. Uiver-gezagvoerder Parmentier en nog een zoon van Plesman stortten na de oorlog neer. Albert Plesman kreeg KLM in die barre tijd weer aan de praat. Met Amerikaanse en Nederlandse hulp kwam er in 1946 een lijndienst op New York.

Nu, met miljarden overheidssteun, zal het ook weer goed komen met de airline. Toch speelt KLM al paniekvoetbal. Gedupeerde reizigers vouchers aansmeren, Schiphol barricaderen voor andere airlines. Zo populair als vroeger zal KLM nooit meer worden, maar een greintje van het gevoel moet het bedrijf wel zien te behouden. Anders laat het de klant straks koud als er ‘People’s Republic Airlines’ of ‘Oliesjeik Airways’ op de KLM-Boeings wordt geschilderd.