Zo krijgen vrachtmaatschappijen behalve voor de aanvoer van noodzakelijke medische goederen alleen maar toestemming voor extra landingsrechten voor de aanvoer van watercontainers, tenten, dekens, verband, pleisters en voor basisvoedsel ‘ter voorkoming van ondervoeding of vitaminegebrek zoals meel en vitaminepreparaten’.

Dat alles valt te lezen in een brief die de luchtvaartafdeling van het ministerie recent aan een buitenlandse vrachtmaatschappij heeft gestuurd om de weigering voor extra landingsrechten op Schiphol toe te lichten. Dat schrijven is in het bezit van deze krant.

Tot dit basisvoedsel rekent het ministerie overigens vreemd genoeg weer niet groente, fruit en vis. Dat zijn weer uitzonderingen op de regel, blijkt uit de brief. Navraag leert dat het ministerie de regels voor de versoepeling van het vergunningsstelsel heeft gebaseerd op een lijst van goederen die het Rode Kruis normaliter hanteert voor rampgebieden.

Overleg met KLM

Behalve het groot aantal aanvullende restricties – eerder was al uitgelekt dat ‘meer dan 50% van het volume’ uit cruciale goederen zou moeten bestaan om de noodzakelijke landingsrechten op Schiphol te kunnen krijgen – blijkt uit de toelichting van het ministerie dat de versoepeling ‘in overleg’ met de KLM, een concurrent voor de meeste buitenlandse vrachtmaatschappijen, is gebeurd.

De brief roept niet alleen vragen op over de manier waarop het ministerie omspringt met het dringend verzoek van de Europese Commissie van begin april om coulant om te gaan met het toekennen van extra landingsrechten aan vrachtmaatschappijen tijdens de huidige coronacrisis, maar ook welke rol KLM werkelijk heeft gespeeld bij het samenstellen van de lijst aan voorwaarden om de eigen commerciële belangen te beschermen op Schiphol.

Substantieel

Begin april doken er al onbevestigde berichten op dat het ministerie onder druk van de Nederlandse luchtvaartmaatschappij een groot aantal extra toegezegde vrachtvluchten, 25 per week, voor Qatar Airways op Nederland plotseling weer had ingetrokken.

KLM zou volgens insiders medio april ook alleen akkoord zijn gegaan met de versoepeling van de landingsrechten voor buitenlandse carriers toen de voorwaarde werd aangescherpt dat meer dan 50% van de goederen aan boord van de vrachtvliegtuigen uit cruciale hulpgoederen moesten bestaan. Aanvankelijk had het ministerie slechts gesproken over een ‘substantieel’ aandeel en werd dat niet nader gespecificeerd, zegt een insider.

Onrealistisch

Een buitenlandse carrier, die onlangs ook geen rechten kreeg voor extra vrachtvluchten,  wijst er op hoe ‘onrealistisch’ die eis van het ministerie van meer dan 50% aan hulpgoederen per vlucht is. ‘Wij zijn een commerciële airline en hebben een grote mix aan goederen aan boord, waaronder een deel hulpgoederen, maar ook general cargo en andere goederen. Zo’n eis stel je alleen als je eigenlijk slechts in naam de deur openhoudt.’

Het bedrijf noemt het onbegrijpelijk. ‘Met dezelfde lading aan boord kregen wij later zonder problemen wel toegang tot Frankfurt Airport. Dat is toch vreemd. KLM houdt nog steeds andere airlines tegen om vracht naar Schiphol te vervoeren, terwijl ze zelf nauwelijks over capaciteit beschikken. Lufthansa, dat qua vrachtvloot vijf keer groter is dan KLM, laat iedereen in Duitsland zonder problemen toe, omdat ze zelf nu niet voldoende capaciteit hebben.’

Goodwill

Een vertegenwoordiger van een andere buitenlandse vrachtmaatschappij op Schiphol vindt de opstelling van het departement om twee andere redenen onzinnig. ‘Allereerst gaat het om een tijdelijke regeling tot 15 mei. Je hebt dus echt niet veel te verliezen als je die airlines nu toelaat. Je creëert als Nederland in deze crisistijden alleen maar een stukje goodwill door nu niet met regels te gaan zwaaien. Daarnaast wordt nu nauwelijks gevlogen op Schiphol. Rond de 95% van de vluchten zijn weggevallen. Enkele vrachtmaatschappijen willen op Schiphol vliegen en dan stuurt het ministerie alsnog maatschappijen weg omdat niet 50% van de lading uit cruciale hulpgoederen bestaat. Onbegrijpelijk’.